Column Adri Doldersum: 𝐄𝐞𝐧 𝐳𝐚𝐚𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐠𝐞𝐰𝐢𝐜𝐡𝐭

Sorry dat ik jullie hiermee lastig val, maar ik zit even in een dip. Het is mijn gewicht. Daar worstel ik nogal mee. Eigenlijk al vanaf de vorige eeuw, nadat ik gestopt was met roken.  Sindsdien was het dik, dikker, het dikst. Gelukkig ben ik in 2009 dertig kilo kwijtgeraakt. Ja, met hulp. Maar toch wel knap.

Inmiddels heb ik weer tien kilo teruggevonden. Ik heb daarom voor de zomer m’n lifestyle weer aangepast. Weer vijf eraf, maar daarna… Pfffff.

Het is niet maar zo wat, hoor. Ik eet elke dag Griekse yoghurt, tel mijn calorieën, drink  Cola zero en nauwelijks nog alcohol. Ik beweeg minimaal vijf uur per week, bekijk filmpjes over fit ouder worden en doe allerlei ingewikkelde oefeningen met soms kramp tot gevolg. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, bekijk ik ook nog filmpjes van Erik Scherder.

Hij waarschuwt voor dementie. Niet dat ik er echt bang voor ben, maar afgelopen week probeerde ik wel twee keer de buitendeur met de sleutel van de kastdeur te openen. Nee, dat lukte inderdaad niet…

Scherder zegt dat wanneer je wandelt, je moet proberen er een tandje bij te zetten. Iets meer vaart in de benen. Dus, als jullie me zien lopen en denken: ‘Wat gaat-ie hard’, weet dan dat ik in anti-dementietraining ben.

Of het allemaal helpt? Ik weet het niet, maar ik blijf actief! Want op TV zie ik ook telkens die engerd uit de reclame voorbijkomen, die vertelt dat hij ‘diabetes twee’ heet en dreigt bij velen van ons op visite te komen.

En dat noemen we dan WELvaart…

Vroeger hoefde dat allemaal niet. Cholesterol? Wisten wij veel? Ja, opeens kregen we margarine met onverzadigde vetzuren. Bleek dat we ineens ook vaker vis moesten eten. Maar dan geen gerookte makreel of lekkerbekjes.

Nee, een mootje kabeljauw met citroensaus.

Opeens moesten we ook allemaal meer bewegen. Ja, volwassenen ook. Getrouwde mensen. Of deden jullie al aan gymnastiek toen jullie nog maar net getrouwd waren? Nee, nee, ho, ho, ik bedoel buiten de slaapkamer, hoor.

Of kenden jullie vroeger zeventigplussers die nog aan sport deden?

Ja, ok, mevrouw Masselink in Hoogeveen. Al 90 jaar lid van Olympia.

Op 28 november wordt ze 102!

Je zou dus kunnen zeggen dat het niet tevergeefs is…

Eigenlijk leefden we er vroeger maar gewoon op los. Je veranderde pas als je wat ging mankeren…

Ik herinner me een verjaardagvisite waarop werd verteld dat buurman Wever sinds zijn  hartaanval eindelijk de jonge jenever had ingeruild voor citroensap. Op tafel stonden nog wel gewoon de limonadeglazen met sigaretten naast de bordjes volvette kaas, droge worst en leverworst. Life goes on…

Hoe kwam ik er ook alweer op? Oh ja, mijn gewicht.

Tsja, gezond ouder worden. Ons gewicht. Ons evenwicht. Het houdt ons bezig. 

Ik heb nog een punt van aandacht. Mijn blijheid. Dat vind ik soms nog wel een dingetje, hoor. Het voelt net of de wereld totaal geen rekening met me houdt.

Als ik door de stad loop vliegen me de e-bikes rakelings voorbij. Fatbikes wil ik het helemaal niet meer over hebben en die rotjeugd gooit ook nog rotzooi op straat.  Respect? Ho, maar! De horeca is trouwens ook veel te duur. En dan die bediening…

Ook zo bezopen: bij de HEMA krijg je geen tasjes meer. Milieu. Ja, ja…

Trouwens, de politiek en overheid laten het ook helemaal afweten. Praat me ook vooral niet over die ambtenaren. Of die nieuwe wethouders. En die burgemeester van ons heb ik nog maar één keer aan het werk gezien. Als die met gewoon werken de kost moest verdienen…

Oh, oh, ouwe zeikerd!

Of jij zo’n beste bent…

Ach ja, we doen het allemaal, hè? Mopperen, een schuldige aanwijzen en chagrijnen.

Bij ons thuis kwam je daar vroeger niet mee weg. Dan kreeg je tegengas: ‘Hou ’s op met je gepiep’ of ‘Kijk naar jezelf’. Er was in ons groentewinkeltje geen ruimte voor chagrijn.

Probeer jij met een zuur gezicht maar eens te vertellen dat de druiven lekker zoet zijn…

Kop omhoog, lachen en doorgaan. Dat is de remedie.

Je moet even door de pijn heen. Maar het werkt!

‘Adri!, Adri!!!’

Mijn vrouw haalt me met haar geroep uit mijn droom:

‘Zaterdag gaan we uit eten met jouw familie’. 

Tsjongejonge, nou dat weer. Zo kom ik natuurlijk nooit van die laatste vijf kilo af. 

Nou ja, het ligt gelukkig niet aan mij!