Column van Adri Doldersum: Van dezelfde kerk…

𝐕𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐳𝐞𝐥𝐟𝐝𝐞 𝐤𝐞𝐫𝐤

𝑑𝑜𝑜𝑟 𝐴𝑑𝑟𝑖 𝐷𝑜𝑙𝑑𝑒𝑟𝑠𝑢𝑚

Zondagochtend gingen we wandelen. De Reestdalroute. In Oud Avereest, vanaf het kerkje. De Reestdalkerk. We begonnen om tien uur. Gelijk met de kerkdienst.

Die werd goed bezocht, althans het parkeerterrein stond vol. 

Naar de kerk gaan hebben we ook best lang vol gehouden. Nee, zondagmorgen was nou niet meteen een feest, maar, eigenlijk was er niets mis mee. Samenkomen met anderen. Het ritme van de zondag. Een knikje hier, een knipoogje daar, soms afgewisseld met een ergernisje. Het hoorde er allemaal bij.

Verplicht pandoer, ja. Maar toch deed het iets aan je. 

Tegenwoordig hebben we de keus. Dus kozen we deze dag voor de vrije variant. Lekker het veld in. Ondanks wat regen. We kregen onderweg zelfs nog een knipoogje van boven.

Bij een boerderij hing een bordje:

𝐀𝐥𝐬 𝐡𝐞𝐭 ‘𝐰𝐞𝐞𝐫’ 𝐧𝐢𝐞𝐭 𝐦𝐞𝐞 𝐳𝐢𝐭, 𝐳𝐨𝐫𝐠 𝐝𝐚𝐧 𝐯𝐨𝐨𝐫 𝐞𝐞𝐧 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐞 𝐛𝐮𝐢!

Vroeger maakte het nogal uit of je bij de Gereformeerden of bij de Hervormden hoorde. De Katholieken telden in ons dorp minder mee. En al die andere kerkjes? Tsja…

Ook op het lyceum kon je de dominee niet ontlopen. Ik heb er maar liefst vier als leraar gehad.

Zoals dominee Bosscha, een bijzonder mens. Liet als 60-plusser zijn haar groeien. Uit solidariteit met de jeugd. Hij liep door het klaslokaal met een wichelroede. Zodra die water  bespeurde, sloeg ie naar beneden. Het leek een goddelijke gave.

Dat bevestigde hij niet, maar…

Of dominee Beerekamp, lid der Tweede  kamer. Meer ‘down-to-earth. Leerde ons hoe je bij verkiezingen de restzetel berekende. De snelste rekenaar kreeg een kwartje. Ik dus.

En dan nog dominee Oostra: “Oh, ben jij van dat kerkje?”, zei hij vragend, “Dan ben je dus van: hatsjikidee, lekkere hapjes. Als je in mijn kerk komt dan krijg je echte leeftocht.

Voedsel dat stampt in de maag!” 

Onwillekeurig had ik medelijden met zijn kinderen. 

Vooral de goede herinneringen blijven. Als je ouder wordt, zoals ik (pfff…), word je soms overvallen door nostalgie. Dan verlang je terug naar vroeger. Knus, lekker veilig.

Op zo’n moment vergeet je gemakshalve de wereld van de notabelen. De ordening waarin wij onze mond hielden. Je moest niet zo’n praatjes hebben…

De bankdirecteur die bepaalde of je in zaken kon gaan of niet. De dominee die bepaalde of je haar te lang was of bij meiden de rok te kort. In mijn geval de schooldirecteur die bepaalde dat ik geen groenteboer moest worden. Nee, de HEAO was beter.

“Lyceum? Groenteboer? Ga je de klanten in het Engels toespreken, zeker?”

Misschien had de man wel een punt. Toch ben ik blij dat ik niet geluisterd heb…

Wat me vooral plezier doet, is dat iedereen tegenwoordig vrij is om iets te ondernemen.

Gewoon down-to-earth. Niks notabel.

Ik sprak vorige week nog een leeftijdgenoot. Fruitteler, veehouder en eigenaar van een sloopbedrijf. Tweehonderd mensen in dienst.

“Waar heb jij gestudeerd?”, vroeg ik.

“Op het HBO van HK”, zei hij, “de school van de Harde Klappen.”

Vrijdagmorgen zag ik zo’n voorbeeld in onze woonplaats. Naast de Kwantum.

Twee broertjes die ze in het verleden misschien wel eens bruin hebben gebakken, maar die inmiddels samen groot zijn in de oliebollen. Nu ook nog met een oliebollenbakkerij waar menig ondernemer jaloers op zou zijn.  

Ze hebben zichzelf opnieuw uitgevonden. Haaijer 3.0

Maar in ons dorp (en niet alleen daar, zelfs in Emmen…) zijn er meer. Mensen die met hard werken iets moois hebben opgebouwd. Vaak met meer lef dan zekerheid over de goede afloop.

Ze hebben nog één ding gemeen. Ze rijden graag in van die grote bolides.

Ach ja, uiteindelijk zijn we allemaal van dezelfde kerk…