Adri Doldersum: Vraag om uw steun

‘s Woensdagsavonds rond zeven uur ging de bel: het nieuwe Vrolijk Weekblad Donald Duck. Ik zat vaak al achter de voordeur om mijn zusje vóór te zijn. We leerden de wereld begrijpen. In het klein. Oom Dagobert, Guus Geluk. En ja, Lampje.

Maar van Kleine Hiawatha smolt ik. Misschien herkende ik mezelf wel. Nakomertje. De kleinste thuis. Net als hij. Hiawatha bewees dat slimheid sterker kan zijn dan spierballen. Dat de kleine de grote te slim af kan zijn. Dat kwam mij goed uit. Maar Grote Grijze Beer, zijn vader, vond ik ook mooi. Hij kon boos worden en brommen, maar het voelde veilig. Nooit echt bestraffend. En… hij was het Opperhoofd. Der Platvoetindianen…

Ik had namelijk ook platvoeten. Overbuurman Engberts, de schoenmaker, had er al voor gewaarschuwd toen ik per se van die plastic Hevea-sandalen van fl. 6,95 wilde hebben. Ik was zeven. Misschien acht. Hij zag het toen al. Via een arts in Bethesda, die te weinig steun voor mij verwachtte van zijn zolen, werden we doorgestuurd naar Zwolle. Naar een zekere dokter Drei Keuningen. Of hoe hij ook heette. Hij woonde tegenover het station. Een specialist. Dat wist half Nederland blijkbaar.

Woensdagmiddag half twee naar binnen. Tegen zevenen aan de beurt… Met m’n moeder. Met de trein. Bijzonder eigenlijk. We deden verder niet zoveel samen. Ja… eten, naar de kerk, werken… Bij de tweede behandeling – we moesten elke zes maanden terugkomen – zag de dokter duidelijke vooruitgang. De steunzolen werden telkens iets bijgesteld. Het waren metalen dingen. Ze wogen bijna een pond per stuk.

Op vrijdag 22 november 1963 waren we weer in Zwolle. De dokter zag dat de zolen dwars door het leer sneden. Aan de binnenkant van mijn schoenen. Ik moest stevige schoenen hebben. Kaaks in Zwolle had de beste… Op de terugweg, op het station, kreeg ik mijn twijfels. Een jochie van negen met schoenen als de dominee van Staphorst – en dan ook nog verzwaard met een halve kilo metaal. Ik dacht dat iedereen me zag lopen. En anders hoorden ze het wel. Alsof Grote Grijze Beer zelf eraan kwam…

’s Avonds thuis hoorden we het nieuws uit Dallas. President Kennedy was vermoord. Een dag om nooit te vergeten…

Verder met de zolen. Eigenlijk waren die dingen niet te dragen. Met voetballen schoof na elke trap de metalen plaat rechtsvoor in m’n schoen. Van aanvaller werd ik noodgedwongen verdediger. Uiteindelijk kwam het nog goed uit ook. Ik was nauwelijks omver te krijgen.

Op zondag gingen we meestal naar een zus van m’n moeder. In Meppel. Tante Miep was trots op haar dochter. Ze was gestopt met de MAVO. Ze had nu haar eerste baan. Bij Meijer is Leder. Als schoenenverkoopster. Thuis had het arme kind een grote mond. Maar eenmaal buiten de deur durfde ze bijna niemand goedendag te zeggen. Verkoopster…Hoe dan?

Maar tante Miep was enthousiast. Bij Meijer is Leder! Ze had de oude Meijer nog gekend. Meijer deed ook steunzolen. “Nieuw apparaat”, vertelde ze trots. Je voeten hoefden niet eerst meer in het gips. Hij maakte gewoon een carbonafdruk. Zo klaar. En daarna kreeg je plastic steunzolen. Lekker licht…

Nou, jullie raden het al. Ik werd een van zijn jongste klanten. “Komt helemaal goed”, zei hij. En na een week liep ik op wolken. Regenwolken… M’n voeten dreven in de schoenen… Maar goed, mijn metalen steunzolen, die van de èchte specialist, verdwenen in de rommelkast in het kolenschuurtje. Het was een diepe kast. Je kon er een verhuiswagen in kwijt.

Daar lagen ze dan. Tussen oude verfblikken, kapotte schaatsen en een verroeste kolenschep. Twee pond medische wetenschap. In een oude krant. Mijn oudste zus had kennelijk eens iets gehoord over de voorjaarsschoonmaak. Toen ik met mijn moeder de trein weer zou pakken naar Zwolle zocht ik mijn steunzolen. Spannend om te horen wat de dokter ermee zou doen. Na die plastic-se ingreep.

De kast, zo goed als leeg. “Waar zijn mijn steunzolen?”, vroeg ik m’n zus. “Nou, die gebruik je toch niet meer? Die heb ik weggekieperd…” Nee, ik heb dokter Drei Keuningen nooit meer gezien of gesproken. Hij mij ook niet. Ik heb ermee leren leven…

Als u mij nu ziet in de stad en u denkt: “Wat loopt ie moeilijk…” Besef dan alstublieft dat ik uw steun nog altijd goed kan gebruiken…