Geen OZB-verhoging zonder fundamentele discussie en onderzoek

Hoogeveen: De CDA-fractie komt hedenavond op de raadsvergadering met een amendement over de Onroerendezaakbelasting die in de programmabegroting van 2019-2022 is vastgesteld op 5%. Men wil eerst meer onderzoek en een fundamentele discussie in de raad.

Het CDA-Hoogeveen wil met dit amendement en de daarbij behorende motie dat er een financieel evenwicht is uitgesproken dat de raad eerst een fundamentele discussie over de gemeentelijke taken wil voeren en duidelijkheid wil over de financiën rondom de decentralisaties, alvorens de OZB te verhogen.

In de motie constateert het CDA Hgv:

  • in de voorliggende begroting een extra OZB-verhoging van 5% wordt voorgesteld;
  • in de Voorjaarsnota/Begroting 2016 (bijlage 1) is afgesproken om kritisch naar onze taken te kijken aan de hand van de drie ‘Waarom doen wij het zo?’-vragen, maar dat deze afspraak niet is uitgevoerd;
  • er grote financiële uitdagingen voor ons liggen, die redelijkerwijs niet met een OZB-verhoging zijn op te lossen;
  • deze financiële uitdagingen met name veroorzaakt worden doordat het rijk te weinig middelen beschikbaar stelt aan gemeenten voor de gedecentraliseerde taken en op 6 november door VNG is aangegeven dat van rijkswege de tekorten op sociaal domein serieus worden genomen;
  • omliggende gemeenten vergelijkbare uitdagingen niet aanpakken met OZB-verhogingen;
  • Hoogeveen als enige Drentse gemeente de OZB verhoogt en dus een duurdere gemeente wordt;
  • de huidige voorgestelde OZB-verhoging het begrotingstekort voor de eerstvolgende twee jaar niet dicht en grotere opgaven ons te wachten staan;

De CDA-Hgv is van mening dat:

  • Rondom tekorten sociaal domein gemeente in samenwerking (met gemeenten en met VNG) maximale druk richting de rijksoverheid uit moet oefenen om meer middelen of minimaal betere verdeling van middelen te krijgen;
  • Daarnaast het genoemde voornemen uit 2015 alsnog eerst moet worden uitgevoerd en de gemeenten in gezamenlijkheid de noodzaak van meer middelen bij het rijk moet (blijven) aankaarten;
  • OZB de bestedingsruimte van zowel particuliere woningbezitters als van woningcorporaties beperkt en daarmee een onwenselijk maatschappelijk effect heeft;
  • De begroting eventueel één jaar, maar niet twee jaar achter elkaar een tekort mag hebben;
  • Een OZB-verhoging een laatste redmiddel is en blijft om een begroting sluitend te maken;
  • Dit middel dus pas kan worden toegepast als andere middelen eerst goed zijn bekeken.

De raad wordt opgeroepen om;

  • de voorgestelde extra OZB-verhoging van 5% te schrappen uit de begroting;
  • de taakstelling voor gedecentraliseerde taken met dit bedrag te verhogen;
  • met het college voor 8 maart strategische tafels ‘financieel evenwicht’ te organiseren (bijlage 2);
  • maximale druk uit te oefenen op de rijksoverheid om tekorten in gedecentraliseerde taken aan te vullen (bijlage 3);

Het college wordt opgeroepen om:

  • op basis van de input van genoemde tafels en de dan geldende toezeggingen van het rijk op 8 maart 2019 voorstellen (beleidskeuzes en dekking) aan de raad te doen voor het aanbrengen van focus in onze taken;
  • vervolgens de begroting vanaf 2020 sluitend te maken.
Deel dit bericht!

Geef een reactie