Meer zicht op materieel en bedrijfsmiddelen met slimme sensoren

Voor bedrijven die met voertuigen, machines of ander materieel werken, is overzicht niet altijd vanzelfsprekend. Een aanhanger staat nog op een klus, een machine is naar een andere locatie gebracht of een pomp draait meer uren dan gedacht. Zeker wanneer medewerkers en bedrijfsmiddelen gedurende de dag op verschillende plekken zijn, kan het behoorlijk wat tijd kosten om te achterhalen waar iets staat en hoe het wordt gebruikt.

Trackers en sensoren kunnen daar informatie aan toevoegen. Soms is alleen de locatie interessant. In andere gevallen gaat het juist om draaiuren, temperatuur of een melding wanneer een bepaalde waarde afwijkt. Daarmee ontstaat geen automatisch beheer van al het materieel, maar wel een manier om minder afhankelijk te zijn van losse lijstjes, telefoontjes en geheugen.

Een tracker kan meer doen dan een stip op de kaart zetten

Voor het verbinden van zulke trackers en sensoren zijn via IoT van Odido verschillende netwerktechnieken beschikbaar. LTE-M is bijvoorbeeld bedoeld voor toepassingen waarbij een apparaat beweegt en onderweg tussen zendmasten moet kunnen schakelen. Odido noemt onder meer voertuigen, containers en asset tracking als toepassingen. Voor sensoren die op één vaste plek blijven en kleine hoeveelheden gegevens versturen, kan NB-IoT juist beter passen. Welke verbinding logisch is, hangt dus af van wat er gevolgd of gemeten wordt en of het apparaat onderweg is.

De tracker of sensor bepaalt vervolgens welke informatie beschikbaar komt. Naast een locatie kunnen bijvoorbeeld temperatuur, gebruiksuren of een technische status worden doorgestuurd. Een aanhanger hoeft misschien alleen teruggevonden te kunnen worden, terwijl het bij een machine nuttiger is om te weten hoeveel uur deze daadwerkelijk heeft gedraaid.

Materieel verplaatst zich vaker dan de administratie

Bij een bedrijf met een paar machines is meestal wel bekend waar alles staat. Dat verandert zodra materieel wordt uitgeleend, tussen vestigingen verhuist of rechtstreeks van de ene klus naar de volgende gaat. De administratie loopt dan gemakkelijk een stap achter op de praktijk.

Een actuele locatie kan vooral nuttig zijn op het moment dat iemand een bedrijfsmiddel nodig heeft. De planner hoeft dan niet eerst drie collega’s te bellen om te vragen wie een aanhanger, aggregaat of machine voor het laatst heeft gebruikt. Ook wordt sneller zichtbaar wanneer materieel langere tijd ongebruikt op een locatie blijft staan.

Dat soort toepassingen past goed bij een regio waar bedrijvigheid, logistiek en techniek sterk vertegenwoordigd zijn. Rond Riegmeer wordt bijvoorbeeld verder gewerkt aan de infrastructuur voor nieuwe bedrijvigheid. Voor ondernemingen die groeien of vanaf meerdere locaties werken, wordt overzicht over voertuigen en materieel vanzelf een groter organisatorisch vraagstuk.

Gebruiksuren kunnen meer zeggen dan de kalender

Niet ieder bedrijfsmiddel hoeft voortdurend op een kaart te worden gevolgd. Bij machines kan gebruiksinformatie minstens zo interessant zijn. Een machine die veel meer uren maakt dan een vergelijkbaar exemplaar kan bijvoorbeeld eerder aan onderhoud toe zijn.

Daarbij moet wel bekend zijn welke gegevens iets zeggen over de technische toestand. Alleen een sensor plaatsen en zoveel mogelijk data verzamelen levert nog geen onderhoudsplan op. Een afwijkende temperatuur kan bij de ene installatie een relevante waarschuwing zijn, terwijl dezelfde waarde bij een andere machine heel normaal is.

Een bruikbare toepassing begint daarom met een concrete vraag. Is onvoldoende bekend waar materieel staat? Worden onderhoudsbeurten gepland zonder goed zicht op werkelijk gebruik? Of wordt een storing pas ontdekt wanneer iemand fysiek bij de installatie komt? Pas daarna wordt duidelijk welke sensorinformatie werkelijk waarde heeft.

Een bewegend voertuig vraagt een andere verbinding

De plaats waar een sensor wordt gebruikt maakt ook technisch verschil. Een meetpunt op een vaste installatie blijft steeds in hetzelfde gebied. Een tracker in een bestelbus of vrachtwagen komt tijdens een rit langs verschillende zendmasten.

LTE-M ondersteunt het overschakelen tussen zulke zendmasten en past daardoor bij toepassingen die bewegen. NB-IoT is juist gericht op apparaten die op één plek blijven en kleine hoeveelheden informatie hoeven door te geven. Dat betekent dat één bedrijf best verschillende verbindingstechnieken naast elkaar kan gebruiken. De tracker op een voertuig hoeft immers niet dezelfde eisen te hebben als een sensor bij een pomp of installatie op het bedrijfsterrein.

Wie steeds meer apparaten met een netwerk verbindt, krijgt er ook een beveiligingsvraag bij. Het NCSC adviseert bij IoT-apparaten onder meer aandacht te besteden aan toegangsbeheer, updates en het beperken van onnodige netwerktoegang. Dat wordt relevanter naarmate er meer verbonden apparaten binnen een bedrijf worden gebruikt.

Vaker meten levert niet automatisch beter inzicht op

Een tracker kan technisch misschien iedere minuut een nieuwe positie versturen, maar dat hoeft niet altijd zinvol te zijn. Voor een planner kan één actuele locatie op het moment dat materieel nodig is al voldoende zijn. Hetzelfde geldt voor een sensor die draaiuren of temperatuur registreert. Meer meetmomenten betekenen vooral meer gegevens om op te slaan en te beoordelen.

Het helpt daarom om vooraf te bepalen wanneer iemand daadwerkelijk iets met de informatie gaat doen. Is een melding nodig zodra een voertuig een bepaald gebied verlaat? Moet een monteur een waarschuwing krijgen als een temperatuurgrens wordt overschreden? Of is een dagelijks overzicht van gebruiksuren genoeg?

Daar ligt uiteindelijk de praktische waarde van slimme sensoren en trackers. Niet ieder stuk gereedschap hoeft voortdurend online gevolgd te worden. Het wordt interessant op de plekken waar gebrek aan informatie nu tijd kost, onderhoud lastiger maakt of ervoor zorgt dat materieel niet optimaal wordt ingezet. Begin bij zo’n concreet probleem en bepaal daarna pas welke meting en verbinding daarbij horen.