Adri Doldersum: Het gat van Grolloo

Vorig jaar gingen we drie dagen wandelen in Duitsland.Althans, dat was de bedoeling.

Dag één: zeventien kilometer. In een glooiend landschap.

Dat was goed te doen. We hadden getraind. Om acht uur vertrokken we. Na een stevig ontbijt. We volgden de witte bordjes. Na een paar uur. Een paar stops. De eerste pijntjes. Geen bordje meer te zien. We zaten diep in de bossen. Op de iPhone geen bereik…

Na tweeëntwintig kilometer – en nog steeds niet bij het einddoel – kwamen we bij een bushalte. Eindelijk in de bewoonde wereld.

Dachten we. Er stopte al jaren geen bus meer. De hotelbaas haalde ons op. Hij lachte. “Dass kommt öfter vor bei älteren Menschen.” Pijnlijk.

Om niet opnieuw bij de genoemde categorie ingedeeld te worden kochten we een Garmin Etrex Touch. Navigatie. Via de satelliet. Een topapparaat. Volgens de verkoper.

Na gebruiksaanwijzing lezen en YouTube-filmpjes kijken, wisten we na vier weken hoe hij aan en uit moest. We gingen terug naar de verkoper.

“U wilt niet weten wat dit apparaatje allemaal kan.”

Buikspreker… Mijn vrouw kneep me net op tijd in de arm. Ik hield me gelukkig in. Hij draaide bij.

We kregen huiswerk van hem mee. Zondag namen we de proef op de som. In Grolloo.

In het eerste uur passeerden we zes keer een mevrouw die op de parkeerplaats zat.

Een stadse, zo te horen. “Gaat u nog een rondje doen?”

Ik lachte als een boer met kiespijn. We liepen het Gat van Grolloo. Dat bestond nog niet voordat wij eraan begonnen.

Rondje na rondje na rondje…

Na de parkeerplaatsrondjes liepen we nog acht kilometer. Gelukkig vonden we – met de iPhone – eindelijk de auto terug.

Toch hadden we een mooie dag, hoor. Dat is vooral te danken aan mijn vrouw. “Wat is het mooi hier, hè?” zei ze bij herhaling. “Dat eerste zonnetje. Eindelijk voorjaar.”

Een dag later keek ook ik tevreden terug.

In het park proefde ik het voorjaar. Ik zag het nu ook.

In de vijver zwommen twee vrouwtjes eenden. Eromheen vier woerden.

Drie zaten paraat aan de kant.

Als dat maar goed afloopt, dacht ik.

Ik wachtte het niet af. Na de bocht hoorde ik luid gesnater en een klagerige “kwaaaak”. Eerst nog. Toen verstomde het.

De mannen hadden het hoogste woord. Ze gaven ze waarschijnlijk van Jetje.

Ik had met de vrouwtjes te doen.

Met de mannetjes ook – maar anders.

Gelukkig gaat het er bij mensen beschaafder aan toe…

Ik dacht terug aan mijn jeugd. Mijn eerste amoureuze stappen.

Een mooie omschrijving voor mijn eerste geschutter met het vrouwvolk. Ik was niet zo’n drieste.

Het vijvertje waar wij ons eerste hengeltje uitgooiden heette ‘Jeugdsociëteit Tinck’. Een jeugdhonk voor gereformeerde jongeren.

De ouders vonden een zaal vol jonge, mannelijke geloofsgenoten kennelijk veilig genoeg om hun dochters van zestien tot maximaal 24.00 uur los te laten.

Ze hadden een sterk geloof.

Het was er heel gezellig. DJ Wimpie Koster. Gast-DJ’s als Eddy Becker en Joost den Draaijer. Een pilsje voor FL. 1,25. Het was echt geweldig.

Vanaf ons achttiende gingen we met z’n allen naar De Huifkar van Bertus Vossenberg. Dat was een échte discotheek. Rookmachines, gekleurde lampen, alles erop en eraan.

Harry OberA, zo heette de DJ.

Echt een plaatselijke topper.

Een ober met een A-status.

Shag roken en bier drinken.

Met zeven woerden rond twee vrouwtjes hangen.

Lonkeren. Van afstand.

Ondertussen met je maten blijven kwaken.

Meer vertier hadden we niet nodig.

Ja, in onze dromen…

In het toilet hing een automaat, Durex.

Ik heb er nooit iemand geld in zien gooien.

De sticker op de voorkant vertelde eigenlijk het hele verhaal:

‘Bij weigering tr….…’, nou ja, je weet wel.

Hoogeveen was nog maar een dorp. We kenden elkaar – niet altijd van naam, maar je kwam elkaar gewoon vaak tegen.

Het was gemoedelijk. We waren niet veel gewend. Zelden gedoe.

Een enkele keer een scheldende dronkaard die, overmoedig geworden met iemand op de vuist ging. Ik had altijd respect voor Bertus en zijn mannen. Ze losten het altijd op.

Ik heb goede herinneringen aan die tijd, maar echte uitschieters, memorabele momenten om hier te delen heb ik niet. Hopelijk maakt het bij jullie de tongen los en zet het aan tot enthousiaste reacties en mooie verhalen op Facebook.

Ik hoef hier toch ook niet altijd alleen al het werk doen?!

Want vergeet niet, ik heb de Garmin ook nog liggen.