We zijn alweer op 28 januari beland. De eerste maand is voorbijgevlogen. Soms
zo snel dat je denkt: heb ik januari eigenlijk wel bewust meegemaakt? Maar geen
paniek: u heeft er nog elf. Dat is nog altijd ruim voldoende om goede voornemens
alsnog uit te voeren. Of op z’n minst eentje.
Vorige week hield ik in de Tamboer tijdens de Meet & Greet ’26 samen met Ondernemend
Hoogeveen en Binnenstad Hoogeveen een ‘nieuwjaarstoespraak’. Naast
de opkomst op de fatbike en de grappen, blijkt gelukkig ook mijn boodschap te
blijven hangen. Ik sprak de afgelopen dagen meerdere mensen die zeiden: “Dat
idee ga ik overnemen.” Ze nodigden iemand uit die normaal gesproken niet in hun
eigen kring zit. Buiten de eigen bubbel. Dat vind ik echt mooi. Want daar zit volgens
mij precies de kern. We leven namelijk in een tijd waarin veel mensen zich eenzaam
voelen. Niet altijd omdat ze niemand kennen, maar omdat ze nergens écht meer bij
horen. Geen vaste club, geen vanzelfsprekende plek. Dat geldt ook voor veel jongeren.
En dat zien we terug in mentale problemen: onzekerheid, stress, somberheid.
Terwijl we tegelijk in een van de gelukkigste landen ter wereld wonen.
Gelukkig gaat het ook vaak wél goed. Juist hier. Veel jongeren hebben een hechte
vriendengroep. Bij de voetbal, volleybal, in de keet, bij een club of vereniging. Daar
hoor je ergens bij. Daar word je gezien. Soms ook streng toegesproken, meestal na
een verloren wedstrijd, maar dat hoort erbij. Die verbanden zijn goud waard. Dat
realiseren we ons soms pas als ze er niet meer zijn.
En dan die bubbels. We zitten er allemaal wel in. Lekker comfortabel. Mensen die
ongeveer hetzelfde denken, hetzelfde stemmen en hetzelfde vinden. Dat praat
makkelijk. Maar als al die bubbels los van elkaar blijven rondzweven, wordt het er
niet gezelliger op. Ik zie ze dan voor me als bellenblaasbubbels: mooi, maar kwetsbaar.
Pas als ze elkaar raken en een beetje blijven plakken, ontstaat er iets groters.
En eerlijk gezegd ook iets kleurrijkers.
Ik ben benieuwd naar verhalen van mensen die het geprobeerd hebben. Die iemand
uitgenodigd hebben, een stukje samen hebben gelopen of ko£ egedronken
hebben. Die dachten: “Dat wordt ongemakkelijk.” En die na afl oop zeggen: “Viel
eigenlijk best mee.” Soms zelfs: “Doen we vaker.” Kijk, dan gebeurt er iets. Geen
wereldvrede, maar wel meer warmte in onze eigen gemeente.
