𝐌𝐞𝐭 𝐛π₯𝐒𝐣𝐝𝐬𝐜𝐑𝐚𝐩 𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧 𝐰𝐞 𝐀𝐞𝐧𝐧𝐒𝐬

Nee, nee, geen beschuit met muisjes bij ons hoor. Onze haan is kapoentje…

Ik moest er zondag opeens aan denken, vooral dat ene woord: b l i j d s c h a p !

Wij vinden van onszelf dat wij fleurige mensen zijn. We staan er positief in, zeg maar.

Neem zondag. We gingen op de fiets naar Diever. Het mooiste weer van de wereld. Even een terrasje pikken en koekeloeren op de hoek tegenover het Struunmarktje. We hadden Van der Valk in Spier daarvoor al afgewerkt. Nou, dan heb je aan ons geen kind, hoor.

We zaten bij een snackbar PLUS. Geen bediening. Binnen bestellen en na betalen kreeg je dan zo’n pieper mee met β€˜kom het zelf maar halen’ signaal.

Een wat ouder stel (van onze leeftijd…) vraagt of ze bij ons mogen aanschuiven.

Daar zeg je natuurlijk geen β€˜nee’ tegen, maar ik legde wel onze voorwaarden op tafel: β€œAlleen als u niet sputtert en rookt.”

Dat sputteren hadden ze niet begrepen. Onze tafelgenoten namen een gehaktstaaf met mayo en een frietje om te delen. Een culinair feest.

Na drie minuten vroeg hij of er wel een batterij in dat dingetje zat en na vijf minuten ging zij naar binnen om te melden dat de pieper niet werkte. De hare deed het uitstekend. Na een halve gehaktstaaf piepte-ie alweer. Tegen haar man: β€œWat is het heet, hΓ©? Ja, en dinsdag willen ze naar dertig graden…”

Het mooiste weer van de wereld, samen op de fiets, een terrasje, een gehaktstaaf, een cola-zero. En toch: weg  b l i j d s c h a p !

Eerlijk gezegd, ik heb ook zo mijn buien, hoor. Een week eerder zaten we op een terras  en vroegen of het tafeltje schoon kon worden gemaakt. Maar zij was van de bestellingen.  Haar collegaatje zou het wel even doen.

Komt er zo’n lief maar stuntelig kind aan. Vol dienblad en een nat doekje in haar hand.

Ze twijfelde. Eerst maar serveren, zo schatte ik in, en daarna een keer met die natte slab over onze tafel.

Ik zag het al gebeuren…

Ik sprak haar daarom op vaderlijke wijze toe en wees volledigheidshalve ook nog even de plekken aan die ze vooral niet moest vergeten met dat lapje. Ze luisterde…

Mijn vrouw zei niets.

Maar ik zag aan haar dat ze partij trok voor dat meisje. Te gek voor woorden…

Pijnlijk. Maar ik had geen keus. Ik kwam tot inkeer.

Ik bood mijn excuses aan en betaalde een tip als aflaat.

Ik zie en hoor het vaker. Fitte ouderen, met tachtig nog op een nieuwe e-bike naar Dwingeloo. Ray-bannetje op, terrasje, wit wijntje, bitterballetje. En dan klagen over Den Haag, onze gezondheidszorg of hoe duur de verzekering is.

Die mensen stonden ooit op een geboortekaartje. Net als ik. Waarschijnlijk stond er β€˜Met blijdschap geven we kennis…’ En als je ze daar zo ziet zitten, is er eigenlijk nog steeds alle reden toe.

Toch?

Of heeft u nog wat?

Misschien kwam ik daarop door een kaartje dat we onlangs kregen. Van een neefje van ons. Hun eerste kindje. Ja, ’t is wat, zo  noemen we zo’n volwassen man, sΓ men met zijn vrouw. Neefje…

Zij beleven het anders: samen zwanger. Je kunt het lezen in het lieve

gedichtje. Ook dat is samen gemaakt. Of misschien kwam het wel van hem…

Ik weet niet of het er destijds bij ons wel in zat, die tedere liefde en die lieve woordjes.

Ik vermoed van wel. Maar we waren niet zo goed in het te laten zien.

Althans, ik niet.

Ja, stoer doen op afstand.

De tijden zijn veranderd. Gelukkig maar.  

Met blijdschap geven we kennis.

Laten we er morgen maar weer mee starten.