Adri Doldersum: Z**kverhaal

Misschien is het erg persoonlijk wat ik nu ga vertellen, maar ik kan jullie wel een geheim toevertrouwen.

Ik ben een gewoonteplasser.

Ik kende dat woord niet, maar er schijnen meer mannen te zijn die onder die noemer vallen. Als ik ’s nachts wakker word, ga ik altijd naar het toilet. Ik weet helemaal niet of ik moet – ik ga gewoon.

En het rare is: het is nooit voor niets.

Hoe vaak? Soms raak ik de tel kwijt. Het kan zomaar zes of zeven keer zijn.

Vervelend? Het is maar hoe je het bekijkt. ’s Nachts bedenk ik de mooiste verhalen.

Ja, dus eigenlijk z**kverhalen.

Daarna ga ik weer liggen, draai me een paar keer om en – ik verzet me ertegen – als de slaap niet komt, pak ik mijn iPad. Meestal speel ik een dom kaartspelletje in de hoop dat het slaapverwekkend is.

De laatste keer maakte ik de fout om, nieuwsgierig als ik ben, eerst een verhaaltje op Facebook te lezen. Dat heb ik geweten.

Het was geen blijde boodschap. Slapen lukte daarna never nooit meer.

Ik vermoed dat de schrijver ook een gewoonteplasser is. Daarbij moet hij bijna wel vreselijke krampen hebben gehad. Nee, dat wens ik hem niet toe – het is een aardige kerel – maar toch.

Nou herken ik dat wel enigszins hoor. In de sportschool zit ik wekelijks met een groepje wereldverbeteraars. Een uurtje sporten en daarna anderhalf uur vergaderen. Gelukkig is de koffie gratis. Het leven is al duur genoeg.

Het is minder zuur dan de verslagen die ik op Facebook lees, maar de intentie en werkwijze zijn dezelfde. We lossen problemen op. Door te wijzen.

Hullie…

Het is een mannengezelschap. De (sport)vrouwen op leeftijd zitten apart, aan de stamtafel. Wij zitten met de rug naar hen toe. In de hoek, zodat we elkaar goed kunnen verstaan. De leeftijd ligt tussen begin zestig en eind zeventig (tachtig klinkt zo oud…).

Soms schuift er een dame aan. Dan valt het gezelschap stil. Het lijkt op luisteren; er wordt soms zelfs licht geknikt. Uit beleefdheid. Als ze weer vertrokken is, wordt de vergadering hervat.

Gelukkig zijn we zelf nooit onderdeel van het probleem. Hooguit slachtoffer. Wat er met onze adviezen gebeurt, onttrekt zich aan ons blikveld. We lijken soms op Statler en Waldorf uit de Muppetshow. Vanaf ons balkon zien we precies hoe het allemaal moet.

Vanmorgen ging het over de staatssecretaris. Haar partij. Haar diploma’s. Haar wachtgeld. De werkwijze is: stapelen. Telkens wordt er een probleem boven op het vorige gelegd, waarna instemmend wordt gebromd of geknikt.

Een tegengeluid laten horen is niet verstandig, heb ik gemerkt. Het lichtste kuchje kan al ontregelend werken.

Ik had verse roombroodjes van bakker Bos meegenomen om mijn verjaardag – morgen, de 19e – alvast te vieren. Het kreeg weinig aandacht. Er bleven er zelfs over.

Ik heb nog even overwogen ze weer mee te nemen.

Het stapeltje problemen had meer gewicht.

Ik ben eigenlijk een beetje sneu naar huis gegaan.

Vanmiddag heb ik even getukt. Tsja, vanmorgen heeft de druk er lichamelijk en geestelijk vol op gestaan. Morgen 72… Ik moest even bijkomen.

Ik was snel vertrokken.

Ik droomde.

Ik zag een bootje met de naam 𝗛𝗼𝗼𝗴𝗲𝘃𝗲𝗲𝗻 𝗩𝗼𝗼𝗿𝘂𝗶𝘁. Drie jonge, blije wethouders stonden schouder aan schouder voorin en wezen vastberaden naar voren. Aan het roer zat onze jonge burgemeester. Er werd gelachen. Niet smalend, maar hoopvol.

Aan de kant stonden twee oude stuurlui. Ze schudden het hoofd.

Verderop stond een groep jongeren te juichen.

Ik werd glimlachend wakker.

Morgen 72.

Ik heb er zin in.

Foto: Adri Doldersum