Afgelopen week was het hier en daar in onze gemeente een kleurrijke, vrolijke bedoening. Een polonaise op school, creatief verklede kinderen, een prins of prinses
in een dorp. En hoewel wij misschien ons best doen, weten we allemaal: voor het
échte carnaval moet je toch onder de grote rivieren zijn. Daar verstaan ze die kunst
tot in de puntjes. Van optochten met grootse praalwagens tot verklede feestvierders op straat en in kroegen.
Daarna begon voor veel christelijke mensen de veertigdagentijd: een periode van
bezinning, versobering, misschien zelfs van een beetje ‘a¦ icken’. Gelijktijdig start
de ramadan, voor islamitische inwoners een maand van vasten, gebed, zelfrefl ectie
en spirituele groei. Twee tradities, verschillend in vorm, maar opvallend gelijk in
bedoeling.
Eerst is er de uitbundigheid. Het masker, de lach, het samenkomen. Daarna volgt
de stilte. Het moment waarop je jezelf weer in de ogen kijkt, zonder schmink. We
kennen die beweging allemaal, los van religie of achtergrond. Na drukte komt rust.
Na lawaai komt de vraag: wat doet er eigenlijk toe? De natuur doet precies hetzelfde. De winter is geen lege periode, maar een tijd van braakliggen. Onder de kale
takken wordt gewerkt aan nieuwe knoppen. Wat aan de oppervlakte stil lijkt, is van
binnen volop in ontwikkeling. Misschien is dat wel de mooiste les van deze weken.
Dat vertragen geen verlies is, maar voorbereiding.
Of je nu veertig dagen iets laat staan; chocolade, sociale media of goede voornemens die je tóch weer oppakt, of overdag niet eet en drinkt om ’s avonds samen de
iftar te delen: het gaat uiteindelijk om aandacht. Aandacht voor wat je consumeert,
voor hoe je leeft, voor elkaar. In onze gemeente leven mensen met verschillende
tradities naast en mét elkaar. Dat is geen tegenstelling, maar een rijkdom. De één
zoekt bezinning in een wandeling langs de velden, de ander in gebed, weer een ander in een goed gesprek met partner of vrienden. Misschien is de gemene deler wel
dit: even minder rennen, iets vaker luisteren.
En laten we eerlijk zijn: een beetje zelfreflectie kan geen kwaad. Zeker niet in een
tijd waarin de wereld soms harder schreeuwt dan goed voor ons is. Een periode
van rust die geen leegte is, van stilte die iets nieuws laat groeien. Zodat we met
Pasen, het Suikerfeest en de lente weer samen volop kleur kunnen geven aan onze
samenleving.
