Kantlijn: Hoogleraar gezondheidseconomie slaat plank over marktwerking mis

Het Dagblad van het Noorden publiceerde 2 maart 2019, een artikel waarin hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Maastricht Wim Groot zijn opvattingen over de marktwerking in de zorg laat weten. Het klinkt als de reclame-riedel van een middelmatig marketingbureau. De hoogleraar trekt zich het lot van de marktwerking aan gezien de kop Marktwerking zorg zit in het verdomhoekje.

Door Frits kappers

Groot begint zijn betoog met de constatering dat er weinig draagvlak voor marktwerking is. Een open deur van koninklijk formaat. Waarom er weinig draagvlak voor is, zou dan het logische vervolg in zijn betoog kunnen zijn, maar dat slaat de professor maar over om meteen te verkondigen dat marktwerking veel oplevert. Het betoog dat dan volgt staat bol van de mantra’s die zo’n beetje alle zorgconsulenten en gezondheidseconomen over ons uitstrooien. Misschien wordt het tijd voor een nieuwe prijs. Iets als de Roestige Reclame Riedel? Klinkt goed. Wim Groot als eerste winnaar van de (vanaf nu) jaarlijkse R3 verkiezing?

Ziekenfonds- en particuliere patiënten

Voor de marktwerking was de zorg afhankelijk van budgetten, betoogt Groot. Dat is het nu nog professor! Als een ziekenhuis voor een bepaalde behandeling een plafond heeft bereikt of binnen afzienbare tijd gaat bereiken, gebeurt het maar al te vaak dat patiënten maar moeten wachten tot volgend jaar, als er weer budget is. Hoe noemt u dat in uw waan dat er geen wachtlijsten meer zouden bestaan?

Dat het oude systeem met ziekenfonds- en particuliere patiënten een kloof tussen bevolkingsgroepen veroorzaakte weet ik uit eigen ervaring. De particuliere patiënt leverde de arts meer op en werd doorgaans dienovereenkomstig behandeld. Bij de oogarts – met praktijk aan huis – waar ik als kind van zeven kwam, stond mevrouw bij wijze van spreken de ziekenfondspatiënten toe te snauwen dat ze hun voeten moesten vegen bij het betreden van de woning en kregen particuliere patiënten koffie aangeboden.

Tegenwoordig is dat niet meer zo, in de wereld van de gezondheidseconomen, die opvallend zwijgen over budgetpolissen, waardoor patiënten in de richting van ziekenhuizen worden gemanipuleerd waar verzekeraars – om vaak duistere redenen – een contract mee hebben. Waarom kreeg het Wilhelminaziekenhuis in Assen voor 2019 (in tegenstelling tot voorgaande jaren) bijvoorbeeld geen contract meer voor de Zilveren Kruis budgetpolis? En Treant (eveneens in tegenstelling tot voorgaande jaren) ineens wel?

Het heeft er alle schijn van dat de financiële problemen bij Treant deels worden bestreden door mensen met een bescheiden budget te dwingen in de door de verzekeraar gewenste richting. Dan kun je volgens mij toch beter afgesnauwd worden door de vrouw van de oogarts .
Concurrentie verlaagt de prijs en verhoogt de kwaliteit.

Professor Groot is een man die gelooft in de heilzaamheid van concurrentie. Want zorgverzekeraars en zorgverleners concurreren met elkaar om wie het best en het goedkoopst is. De prijzen gaan daardoor omlaag en de kwaliteit gaat omhoog.
Nou dat valt makkelijk te weerspreken. Van concurrentie is geen sprake tussen zorgverzekeraars, of je moet het ondoordringbare woud van honderden polissen die op details verschillen concurrentie willen noemen. Elke regio heeft een leidende verzekeraar die de onderhandeling voert en de rest volgt. Het heeft alle schijn van verboden kartelvorming.

Ooit werden er coöperaties opgericht, zoals in Drenthe het DLG (Drents Landbouw Genootschap). De coöperatie was bedoeld om in tijden van groot onheil, zoals bijvoorbeeld brand, stormschade of andere calamiteiten elkanders lasten te dragen. De coöperatie maakte geen winst en aanvankelijk kregen de bestuurders geen vergoeding voor hun werkzaamheden, zelfs de penningmeester niet. De coöperatie had immers als doel om samen sterk te staan. In voorspoed, maar vooral bij grote tegenspoed. Niet om enkele bestuurders vet te mesten.

Vele beurzen maken meer betaalbaar, dan een enkele beurs. In later jaren realiseerde men zich dat de coöperatie nog veel meer in de mars had dan alleen het afdekken van risico’s. Door gezamenlijk te mechaniseren werden grote investeringen bijvoorbeeld voor veel meer boeren bereikbaar.
Solidariteit en samenwerking. Dat was de voedingsbodem waar uiteindelijke vreselijke gedrochten zijn voortgekomen. Hoe meer het geld leidend werd, hoe meer die voedingsbodem uitgeput raakte. Solidariteit is inmiddels vervangen door winstbejag en samenwerking door concurrentie.
Wim Groot, gooit er nog maar eens een mantra tegenaan: “Concurrentie stimuleert de zorgverzekeraars goede zorg tegen de laagste prijs in te kopen en ziekenhuizen om wachtlijsten weg te werken.” In welke wolken zweeft deze hoogleraar? Klaarblijkelijk heeft hij geen contact met de realiteit zoals die aan gewone mensen wordt gepresenteerd.

Ziekenhuizen krijgen meer geld als men meer behandelingen doet. Deze perversiteit wordt door Groot genoemd als pluspunt. Hoe meer behandelingen hoe meer geld. Een prikkel om onnodig veel te doen bij een patiënt. Hoe meer je doet hoe meer je ontvangt. Dat werkt kostenverhogend mijnheer Groot!
Vertrouwen onder huisartsen daalt tot dieptepunt
Dat de zorgverzekeraars wurgcontracten hanteren werd onlangs nog eens duidelijk toen een onderzoek onder huisartsen uitwees dat het vertrouwen in Zilveren Kruis Achmea tot een historisch dieptepunt is gedaald. Kort samengevat mogen huisartsen tekenen bij het kruisje. En omdat iedere huisartsenpraktijk een bedrijf op zich is, mogen zij zich voor de onderhandelingen met de verzekeraars ook niet organiseren, dan dreigt een boete vanwege kartelvorming. Daarover spreekt hoogleraar Groot niet.

Winstuitkering door zorgverzekeraars

Ook de reactie van Achmea op het verzet in het parlement tegen winstuitkeringen door verzekeraars laat de hoogleraar onbesproken. Achmea wees op de afspraak die bij de invoering van de marktwerking in 2006 is gemaakt, dat zorgverzekeraars de eerste tien jaar geen winstuitkeringen mochten doen. “Als wij geweten hadden dat tijdens het spel de regels aangepast zouden worden, waren we nooit aan zorgverzekeringen begonnen.”
Aan het slot van het artikel produceert de gezondheidseconoom een zweem van kritische houding als hij stelt dat de reserves die verzekeraars aanhouden voor “onverwachte tegenvallers” volstrekt overbodig zijn. Een werkelijk kritische geest komt dan verder dan de constatering dat minder marktwerking niet de oplossing is omdat dit te duur zou zijn. Gebruik daar die reserves dan voor professor! Kantlijn

Deel dit bericht!
  • 9
    Shares

Geef een reactie