βWat wil je later graag worden, Adri?β
Ik was vijf.
Het was de verloving van een oudere neef. Aan de Woldstraat in Meppel. Boven kapsalon Heukeroth. Hij ging met Tiny, de knappe kappersdochter.
Wie het vroeg weet ik niet meer. Wel mijn antwoord:
βIk wil van die lange pootβn dan kan ik op de bakfiets.β
Er werd hartelijk om gelachen. Grappig zoβn klein kereltje. Ik werd er verlegen van. Lachen? Ik was bloedserieus.
Ik weet eerlijk gezegd niet of ik ooit werkelijk gekozen heb wat ik wilde gaan doen. Je rolde gewoon in een vak.
De gezelligheid was bij ons niet in de woonkamer. Als je mee wilde doen dan moest je in de winkel zijn. Je deed al mee als je een kist vast kon houden en tot tien tellen.
Het was ook wel een hecht cluppie bij ons. Een alleenstaande moeder met vier kinderen. Met elkaar verbonden door de strijd om het bestaan.
En dat ging best goed!
Ik moest er dit weekend aan denken toen we zaten te lunchen met mijn oudere zussen, met aanhang.
Aanpakkers. Ja, die aanhang ook.
Tsja, ze hadden geen keus…
De Γ©ne zus heeft iets aan de schouder. De ander loopt met een rollator. Vervelend. Maar er wordt geen woord over gerept. Kwalen komen nooit aan de orde.
Het tempo van praten en eten is nog altijd hetzelfde. Vlug en met opgestroopte mouwen. Mijn vrouw heeft soms moeite het tempo bij te benen.
Die heeft leren kauwen…
Ach ja, de opvoeding. Wij leefden in een bubbel. Iedereen trouwens.
Ieder gezin had zijn eigen cultuur. Ik heb lang gedacht dat het normaal was zoals wij opgroeiden. Alhoewel…
Bij mijn vriendje Jan, de zoon van groenteboer Seegers, ging het er thuis heel anders aan toe. Als we na school bij Jan kwamen, zat zijn moeder al klaar met een kopje thee.
Jan hoefde ook nooit te helpen in de winkel. Niet zoals ik. Flessen sorteren. Lege kisten opstapelen. De verschillende veilingkisten uit elkaar houden.
Bij Seegers was vΓ³Γ³r het winkeltje van pa.
Achter was het gezinnetje van ma.
Jan en ik waren bij de beste drie leerlingen van de klas. Rekenen en taal. Negens en tienen. Jan is later hartchirurg geworden. Niet verrassend. Vast een hele goede.
Ik werd groenteboer. Daar was geen studie voor nodig. Ja, lange pootβn.
De belangrijkste boodschap die ik meekreeg? Red je zelf!
Ik weet nog dat ik een transistorradiootje wou. Thuis hadden we alleen radio 1, 2, 3 4n 4. Ik was 12 en wou Veronica, Radio Caroline en Luxembourg.
Ik had er eentje gezien bij Ab Strijker. Aan de Kerkstraat. Een Koyo, groen, Fl. 67,50. βJe mag alles hebben wat je wiltβ, zei Lena, βals je het zelf maar verdient.β
Theo, de broer van een klasgenootje bezorgde het AD. Hij zocht een vervanger voor de vakantie. Een gouden kansβ¦
Ik ben vijf weken lang ’s morgens om half zes opgestaan. Stoer. Ik deed mee in het ritme thuis.
Voor achten moest ik 110 kranten rondgebracht hebben. Weer of geen weer. Op zaterdag was de grote betaaldag. Ik kreeg elf gulden. Een dubbeltje per krant per week. En een rijksdaalder fietsgeld.
Reken maar even mee. Elf gulden plus twee vijftig is dertien vijftig. Vijf weken lang. Ik had ‘m.
Later zag ik dat ik teveel had betaald. Anne Maat was net een nieuwe zaak begonnen. Een koopman. Een kwaaie concurrent. Ook voor meneer Strijker.
Ik zei: “Mam, bij Maat kost-ie maar vijfenvijftig gulden.” “Nou,” zei Lena, “dan ga je gewoon naar meneer Strijker en vraag je die twaalf gulden vijftig terug. Zeg maar dat dat een week kranten rondbrengen is. Dan begrijpt-ie het wel.”
Strijker was echt een aardige kerel. Maar van venijn begon hij te stotteren. Zoβn snotjoch van twaalfβ¦ Tussen hem en mij is het nooit meer helemaal goed gekomen.
Maar dat was niet het belangrijkste. De les die Lena me leerde?
Lange poot’n zijn niet genoeg.
Je moet leren ze onder je kont te houden.
