Dringend oproep om meer getuigenisverslagen over de Bevrijdingsfeesten in Hoogeveen in 1945

Het boek over de Bevrijdingsfeesten in Hoogeveen in 1945 bevindt zich in een gevorderd stadium. Belangrijkste onderdeel van dit boek moet zijn getuigenisverklaringen van
mensen die als kind of jong volwassene de Bevrijdingsfeesten in Hoogeveen in 1945 hebben meegemaakt. Gelukkig zijn er al enkele nieuwe getuigenisverslagen aangeleverd. Een en ander kost wel veel moeite gezien de talrijke oproepen en weinig respons. Er is dus behoefte aan veel meer getuigenisverslagen. Er zijn herhaalde oproepen geplaatst o.m. ook op De Verhalenwerf, die heeft toegezegd hieraan extra aandacht te besteden.

Waarom is het lastig nieuwe getuigenisverslagen te bemachtigen ? In de eerste plaats omdat het inmiddels al 77 jaar is geleden dat Hoogeveen is bevrijdt op 11 april 1945 door Canadezen, Belgen, Polen en andere nationaliteiten. Bovendien raken herinneringen vervaagd of gekleurd. Niet iedereen weet meer of de herinnering op 1945 of op het bevrijdingsfeest in 1947 was? Ook zijn
inmiddels al veel mensen overleden die de oorlog en de bevrijding hebben meegemaakt.

Anderen zijn mogelijk ziek of leven ergens anders ver weg van Hoogeveen. Het is ook mogelijk dat nog levende getuigen geen zin hebben hun verhaal te delen. Het gebrek aan getuigenissen komt ook doordat het gemeentebestuur van Hoogeveen de eerste decennia
na de oorlog de verslaglegging over de oorlogsgeschiedenis van Hoogeveen frustreerde.

Logisch, gezien het feit dat de toenmalige burgemeester Jetze Tjalma (1893-1985) en politie al binnen twee weken na de bezetting overijverig adressen van Joodse medeburgers overhandigde aan de bezetter. Ook tal van bedrijven, zoals de Firma Zandbergen, boekhandelaren, spoor en trambedrijven werkten (in)direct mee met het transport van Joodse medeburgers naar o.m. werkkampen, Kamp Westerbork en het stelen van hun spullen. De enkele overlevenden Joden namen deels deel aan de bevrijdingsfeesten in een optocht. Het is de vraag of menigeen die in de oorlog naasten waren verloren of nog naar hen op zoek was, behoefte had om uitbundig te feesten. Hoogeveen kende 500 oorlogsslachtoffers (incl. die in Hoogeveen waren geboren, maar elders verbleven). Diegenen die mogelijk het Koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering kwalijk namen dat ze tijdens de oorlog het vaderland waren ontvlucht en in ballingschap hadden geleefd, hadden ook geen behoefte aan feest.

Ook anderen, bijvoorbeeld familieleden van gedode verzetslieden en militairen, hadden wellicht geen zin feest te voeren met een bevolking, die grotendeels passief bleef in de oorlog. Ook mensen die meewerkten met de bezetter, hielden zich mogelijk afzijdig van feesten.
Het is goed mogelijk dat ook in 1945 enkelen al twijfels hadden bij de houding van de toenmalige burgemeester die brieven aan Joden om zich te melden zelf ondertekende. Ook in 1945 waren er burgers in Hoogeveen die ongetwijfeld ook Joden tot hun vrienden rekenden.

Uiteraard namen vermeende landverraders, moffenmeiden en gevangen Duitsers niet deel. (geallieerde) militairen en hoogwaardigheidsbekleders bleven op gepaste afstand van het ‘volk’. Ondanks berichtgeving in 1945 in De Hoogeveensche Courant over bevrijdingsfeesten in Hoogeveen blijft het moeilijk te bepalen: wie nam nu eigendeel allemaal deel? Gebrek aan getuigenisverslagen over de Bevrijdingsfeesten in Hoogeveen in 1945 komt ook omdat de aandacht meer uitging naar heroïsche verslaggeving over de ‘helden’, die samen met het gemeentebestuur, verzet, Koningin, God en de geallieerden de overwinning haalde op de Duitse bezetter en de (vermeende) landverraders en overige fascistenlanden. De herdenking van de bevrijding na de oorlog in de loop der jaren kende hetzelfde ritueel van toespraken, graven bezoeken en evenementen, echter nergens concrete berichten op schrift van diegene die de oorlog, bevrijding en de bevrijdingsfeesten in 1945 hebben meegemaakt. Hierbij was minder aandacht voor het ‘gewone’ volk, de zieken en ouden van dagen van toen.

De jeugd kreeg hierdoor een romantische voorstelling in de eerste decennia na de oorlog. Bovendien kon men de eerste decennia na de oorlog moeilijk met emoties van mensen omgaan. Formele publicaties verhalen over wederopbouw, vooruitkijken en niet zeuren. Het was een tijd waarin er nog geen RIAGG en oorlogstraumaverwerking in Hoogeveen was.

Het kan ook zijn dat enkele overlevenden hun getuigenis niet belangrijk genoeg vinden, bijvoorbeeld omdat ze nog een kind waren en bijna niets van de optocht hebben gezien.
Ook kan het zijn dat bijvoorbeeld vrouwen die een relatie met een Duitse soldaat hadden
en werden kaalgeschoren en gehoond, hun ervaringen niet graag openbaar maken.
Maar ook die getuigenisverslagen zijn belangrijk en verdienen een plaats in het ‘feestboek’.

Belangrijk is ook dat de huidige en komende generatie weet heeft van wat de burgers e.a. in Hoogeveen hebben meegemaakt en hoe die zich geuit hebben tijdens de bevrijdingsfeesten. De emoties, feiten en beleving uit de eerste hand. Fout is dat die genegeerd worden waarbij die nadien gekleurd worden of worden misbruikt voor promotie en politieke doeleinden. Vandaar nog mijn dringende oproep om nog getuigenisverslagen te leveren over de Bevrijdingsfeesten in Hoogeveen in 1945, eventueel ook uit de tweede hand via familie e.d.

Niet alleen in woord. Ook foto’s en filmfragmenten over de bevrijdingsfeesten zijn welkom

Voor de duidelijkheid: het gaat niet om de oorlog en de bevrijding, maar om bevrijdingsfeesten, waarin wel oorlogservaringen een rol speelde en verdriet en boosheid. Alle getuigenisverslagen verdienen een plek in het boek. Het is één van de laatste kansen.

Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen

Email: info@rwj-publishing.com

Deel dit bericht!

Geef een antwoord