Opinie: Zakencollege in Hoogeveen

Nu de verkiezingen in Hoogeveen weer opgeld doen rijst de vraag; weer opnieuw een zakencollege?. Er is kritiek, zo bestempelt Anne Doornbos (DVHN 28-08-2020) de zakencollege wethouders als rondreizende technocraten, geen locale bestuurders waardig.

Toch ondervinden we dat het zakencollege inmiddels aardig zaken op orde heeft gesteld.
Het huishoudboekje klopt, projecten komen van de grond en de werkverhoudingen versoepelen. Geheel anders dan vóór oktober 2020 onder het regime van een gekozen college:
Hoogeveen flink in de rode cijfers, verstoorde verhoudingen en hoogmoed ondernemingen.
Er kwam licht in de duisternis. Om zicht te houden op de financiën had de gemeenteraad van Hoogeveen gezamenlijk de handtekening gezet onder een raadsakkoord. Dat is een gezamenlijk programma op hoofdlijnen, gebaseerd op het rapport van de formateurs. Dat betekent niet het einde van het politieke debat. Iedere partij kan verder kleur bekennen.
Positief is hierbij dat het debat niet langer gefrustreerd worden door coalitiemachtspolitiek.
Personen die toch het baasje willen spelen kunnen dan makkelijker gecorrigeerd worden.
Mensen kunnen nog steeds kiezen voor wie er in onze volksvertegenwoordiging komt.
Deze volksvertegenwoordiging, de gemeenteraad, kan dan voorstellen voor wethouders doen.
Hoogeveen staat namelijk zware opgaven te wachten zoals op gebied energietransitie,
de binnenstad opschalen, betaalbare woningen bouwen en armoedebestrijding.
Ook op wereldniveau doen zich allerlei zaken voor die ook Hoogeveen nu al flink raken.
Deze moeilijke zaken kan een zakencollege die bestaat uit zeer deskundige bestuurders behappen. Hun successen kan mogelijk het vertrouwen van de burger doen toenemen.
Dat een zakencollege de kiezer doet twijfelen aan het nut van de verkiezingen, zoals
Harald Buit stelt in DVHN (9 maart 2022) lijkt me niet kies tegenover het zakencollege.
Het is nu eenmaal zo dat de burger afhankelijk is van mensen met verstand van zaken. Het is daarom verstandig wethouders te kiezen op basis van kwaliteiten, niet op basis van louter partijkleur of blauwe ogen. De gemeenteraadsleden schieten echter nog steeds tekort, hetgeen vóór aantreden van het zakencollege gecompenseerd werd door afzeiken en “bravoure”.
De kwaliteit van gemeenteraadsleden moet dus beter middels betere scholing en beloning zodat ze zicht krijgen op de grote lijnen en niet stranden in goedkoop zinloos effectbejag.
Bovendien moet de gemeenteraad een goede sparringpartner zijn voor het zakencollege.
Dat gemeenteraadsleden indutten, zoals Harald Buit verondersteld in zijn opiniestuk in DVHN (9 maart 2022) omdat het zakencollege het wel opknapt lijkt me niet echt reëel,
want tijdens verkiezingen kunnen de gemeenteraadsleden en partijen worden afgerekend
en kan extra investeren in gemeenteraadspolitiek ook voor hen een extra stimulans zijn.

 Als er weer wordt gekozen voor een gekozen college op basis van de verkiezingsuitslag is het risico dat de locale politici weer in oude gewoonten vervallen. Veel oud zeer kan dan weer opspelen. Niemand luistert meer en coalitiepartijen sluiten zich aan bij de coalitiewethouders en oppositiepartijen trachten voorstellen van coalitiegenoten te frustreren. Het is dan voor een oppositiepartij lastig invloed uit te oefenen als de regerende partijen al een akkoord hebben.
Locale politici en wethouders zullen er weer alles aan doen om in het zadel te blijven. Veel tijd zal dan opgaan in ellenlange gekonkel, ruzies, achterkamerpolitiek en vergaderingen, terwijl er op inhoud beoordeeld moet worden om belangrijke zaken succesvol af te ronden.
Om meerdere redenen verdient het dus aanbeveling het zakencollege niet louter te zien als een vorm van tijdelijke crisismanagement, maar als stabiele factor op de langere termijn

Het lijkt me daarom verstandig dat het zakencollege in ieder geval vier jaren uitzit tot 2024.
Ik hoop dan ook dat de huidige wethouders van Hoogeveen zich hiervoor willen uitspreken.

Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen

Deel dit bericht!

Geef een antwoord