Opinie: Noodzaak voor iedereen toegankelijke historische onderzoeksruimte

Het is belangrijk dat iedereen toegang heeft tot historisch onderzoek. Erfgoed is immers van ons allen. Hierbij mag geen onderscheid worden gemaakt tussen opleiding, religie en persoonlijke overtuigingen. Dat bevordert ook de discussie over geschiedenis. Een discussie zonder eind. De beste plek voor historisch onderzoek is mijn inziens een centrale gedegen gemeente- of streekarchief in Hoogeveen. Een en ander passend binnen de Archiefwet, waarin ook ruimte is voor publieke verantwoording, rechtsvinding, cultuurhistorie, maar dus ook voor historisch onderzoek (als hobby) en artefacten. Een onderzoekinstelling, die onder leiding staat van een beroepsarchivaris die kennis heeft van de geschiedenis van Hoogeveen. Om bezoekers te helpen dient een goede inventaris die ook consequent wordt bijgehouden.
Verder zijn voorzieningen zoals een apparaat om goede kopieën van krantenknipsels te krijgen gewenst. Ook moet de ruimte groot genoeg zijn om de bezoekers op te vangen.

Een groot archief biedt ook meer gelegenheid om schoolklassen en dergelijke te ontvangen.

en heeft bovendien goede bewaarcondities van documenten voor behoud op de langere termijn. Een formeel archief werkt bovendien beter samen met andere overheidsorganisaties, zoals Waterschappen die na circa 10-20 jaar hun bescheiden in een archief kunnen deponeren.

  Heeft Hoogeveen dit alles ? Deels. De Historische Kring heeft een mooie archief, van krantenknipsels, boeken tot schoolfoto’s. Ook geven ze boeken uit over Hoogeveen. Tevens is er een apparaat aanwezig waarmee redelijke prints van krantenknipsels gemaakt kunnen worden. Helaas is dit archief niet altijd voor iedereen toegankelijk, hoewel de Historische Kring Hoogeveen anders beweert. Men moet in principe betaald lid worden. Bovendien krijgen mensen geen toegang tot hun onderzoeksruimte als ze mot hebben met het bestuur. Een nadeel van een vereniging is tevens dat ze wel eens worden geleid door persoonlijke sentimenten. Dat kan soms leiden tot wat intimiderende, verziekte verhoudingen. Bovendien is er binnen een vereniging minder toezicht op vervreemding van materiaal. Daar komt bij dat het bestuur invloed uitoefent op de redactie om bepaalde stukken al dan niet te plaatsen in De Veenmol, het tijdschrift van de Historische Kring Hoogeveen, hoewel de Historische Kring Hoogeveen claimt dat de redactie onafhankelijk is. Het kan hierbij ook gaan om artikelen die inhoudelijk prima zijn, maar waarvan de auteur in de ogen van de vereniging een Persona Non Grata is, en daarom wordt afgekeurd. Men is niet geliefd bij het bestuur als men kritiek heeft op de vereniging, hen wijst op fouten in het historisch onderzoek of hen beticht van onheuse eerbejag. Dat soort sentimenten is niet bevorderlijk voor de toegankelijkheid en bovendien niet bevorderlijk voor objectieve, historisch onderzoek in Hoogeveen. Wie door de vereniging geroyeerd wordt, zoals ondergetekende, kan de toegang tot het gebouw ontzegt worden. En dat moet men dan ook (pijnlijk) accepteren, het is immers uw huis niet. De Veenmol is mooi opgemaakt en er staan fraaie artikelen in gebaseerd op bronnenonderzoek. Helaas staan er ook veel slechte artikelen in niet gebaseerd op gedegen bronnen onderzoek, maar geleid door nostalgie, populisme en mooipraterij. Bovendien is de Historische Kring Hoogeveen gevoelig voor de PR van de gemeente Hoogeveen en haar subsidies. En PR leidt vaker tot een mooi verhaal, dan de waarheid. Het zijn vooral de gedegen historische onderzoekers, zoals Albert Metselaar, die de beerput weten open te breken (zie: Tjalma). Een punt van aandacht is ook het clubgebouw. Brandt dit af, dan is al het materiaal ook verloren.

  Als aanvulling is er het relatief stille oud archief van Hoogeveen. Iedere bezoeker wordt daar gastvrij ontvangen en krijgt ook koffie aangeboden. Hulde hiervoor. Voordeel is ook dat iedereen welkom is (die zich fatsoenlijk gedraagt en zich houdt aan de regels). Nadeel is dat de archiefruimte te klein is, apparaten ontbreken om goede prints van krantenartikelen te maken en beperkt open is. Bovendien wordt de inventaris niet consequent bijgehouden. Zo zijn er nog tal van bedrijfsarchieven die een plek in het gemeentearchief verdienen. Een voordeel is ook dat de bewaarcondities van kostbaar archiefmateriaal in orde lijkt te zijn. Zo is archiefmateriaal gevoelig voor vocht en schimmel. Er is jarenlange achterstand in onderhoud. Er moet nog veel gedaan worden, zoals digitalisering van belangrijke mappen, zoals die over de joodse geschiedenis in Hoogeveen. Het leeuwendeel van hen zijn vermoord in de oorlog. Door digitalisering blijven documenten ook op de langere termijn voor iedereen zichtbaar. Positief is dat er anno 2021 onder het huidige zakencollege in Hoogeveen wordt nagedacht over vergroting van de archiefruimte en haar toegankelijkheid en de aanstelling van een beroepsarchivaris. Een beroepsarchivaris en een goede inventaris voorkomt hopelijk
ook het vernietigen van archiefmateriaal, die bij nader inzien bewaard gebleven moest worden. Ook in het oud archief Hoogeveen is helaas belangrijk archiefmateriaal verdwenen.
Kortom het is niet allemaal kommer en kwel, maar er zijn nog veel verbeterpunten om het historisch onderzoek in Hoogeveen voor iedereen toegankelijk te maken. Als dat verwezenlijk wordt zal dat ook bevorderlijk zijn voor het behoud van cultureel erfgoed in Hoogeveen.

Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen

Deel dit bericht!

Geef een antwoord