Mensen maken Hoogeveen (8) – Albert Wolting

Een wezenlijk deel van de Hoogeveense geschiedenis spitst zich toe op de scheepvaart. Voorvechter van het behoud van deze roemruchte geschiedenis is de 73-jarige Albert Wolting, wiens ultieme droom is om in de nabije toekomst een historisch scheepvaartcentrum te realiseren in Hoogeveen. De scheepvaartliefhebber pur sang stond als initiator tevens aan de basis van de prachtige passantenhaven Bieleveldlaan, die hij in 2016 samen heeft geopend met de toenmalige wethouder Giethoorn. Hij deelt daar sindsdien als vrijwilliger informatiepakketten voor toeristen uit aan recreanten die met hun boot aanmeren. “Het leuke is dat er mensen zijn die van plan waren om direct door te varen, maar toch besluiten om te blijven liggen nadat ze zo’n pakketje hebben gekregen. Ze gaan dan een en ander ondernemen,” aldus Wolting enthousiast.

Het ideaal van Albert was vroeger om schipper te worden. “Dat werd thuis sterk afgeraden. Toen wilde ik eigenlijk niks en ben ik naar de LTS gegaan. Op 15-jarige leeftijd was ik machinebankwerker en ging ik aan het werk op de Nederlandse Gereedschappenfabriek. Na 14 dagen wist ik dat dit niet mijn toekomst zou worden.” Op de vraag hoe hij daarmee omging antwoordt Wolting lachend: “Je kunt beter zeggen: hoe gingen mijn ouders daarmee om. Ik was een heel wispelturig mannetje. Mijn ouders zeiden: je hebt ergens voor gekozen, dus maak het eerst maar waar. Daar moest ik me bij neerleggen. In datzelfde jaar, 1962, begon mijn vader een woninginrichtingszaak aan de Hoofdstraat. Onder de paraplu van zijn baas, met heel gunstige condities. Er werd gelijk bij gezegd, dat doe ik voor jou en niet voor je zoons. Na vier jaar kwam ik bij mijn vader in loondienst. In 1970 startte ik een winkel in woninginrichting aan de Schutstraat. Uiteindelijk heb ik het 36 jaar volgehouden, waarna het is overgedaan aan Woonidee Kuik. Inmiddels is het de kledingwinkel van het Leger des Heils. Het meest luxe is dat ik de mogelijkheid had om op 58-jarige leeftijd te stoppen,” zegt Wolting.

Sindsdien is Wolting op tal van andere terreinen actief gebleven, niet in de laatste plaats als vrijwilliger. Hij is al jaren bijna dagelijks bij het kanaal te vinden, waar hij tijdens het vaarseizoen met twee andere vrijwilligers recreanten van informatie over Hoogeveen en omgeving voorziet. Wolting brengt ons terug naar de ontstaansgeschiedenis hiervan. “Op 8 juli 2013 werd de vaarverbinding Erica – Ter Apel hersteld en weer geopend door Prins Willem Alexander. Er was dus vaarrecreatie op de Hoogeveense Vaart en de verwachting was dat dit zich enorm zou uitbreiden. Dat was ook zo, want vanaf dat moment waren er jaarlijks meer dan 3000 vaarbewegingen. Alle gemeentes speelden daarop in, behalve Hoogeveen. De gemeente Hoogeveen had geen interesse. Toen heb ik het initiatief genomen om de passantensteiger te realiseren en een plan gepresenteerd in de gemeenteraad. Hoewel de toenmalige wethouder daar afwijzend tegenover stond, kreeg hij opdracht van de gemeenteraad om dat plan door te rekenen. Daarna is het alsnog gerealiseerd.” Wolting vervolgt: “Eén van de dingen die ik duidelijk tegen de gemeente heb gezegd: je moet als gemeente niet gaan kijken wat het oplevert. Als gemeente heb je de taak om dingen te faciliteren, zodat ondernemingen omzet kunnen maken.” Hij merkt dat er door passanten veel geconsumeerd wordt. “Dat gebeurt. Ook als ze aan boord eten, moeten ze proviand hebben. Ze gaan dan naar de supermarkt voor inkopen. Een mooi voorbeeld was dat er vorig jaar een waardebon van AH voor ontbijtkoek in het tasje zat. Per abuis werd er dit jaar geen bon, maar ontbijtkoek met de groeten van AH in het tasje gedaan. Als de mensen deze in ontvangst namen was vaak de reactie dat ze daar vanmiddag net waren geweest. Over de ligplaats zijn mensen doorgaans laaiend enthousiast. “Er komen heel vaak complimenten van mensen die het een mooie ligplaats vinden. Je krijgt enthousiaste reacties van de schippers, dat geeft voldoening,” vertelt Wolting met een gevoel van trots.

De informatiepakketten zijn eveneens het initiatief van Wolting. “Er zijn nog twee personen die ze uitdelen. Ik deed dit al voordat de steiger klaar was. In samenwerking met de gemeente en Punt H werd er een pakketje samengesteld en dat gaven wij dus af. Tegenwoordig stelt Punt H dat zelf samen.” Over de inhoud zegt Wolting dat het met name om toeristische informatie gaat, zoals een plattegrond en een fiets- en wandelroute. “Er staat algemene informatie in over Drenthe. Als je hier wegvaart, ben je Drenthe natuurlijk nog niet uit.” Wolting houdt verder nog allerlei andere gegevens bij in relatie tot de vaarrecreatie in Hoogeveen, zo blijkt. “Het aantal verschillende jachten dat hier gelegen heeft is 375 in juni, juli, augustus en september. In totaal zijn er 748 overnachtingen geweest. Dit houden wij bij om te kijken of die vijf dagen reëel is of niet.”, waarmee Wolting refereert aan de maximale aanlegtijd, die hij in samenspraak met de gemeente als proef van 3 naar 5 dagen heeft opgekrikt. Wolting heeft inmiddels berekend dat er geen meerwaarde is voor die twee extra dagen. “Integendeel. Andere boten worden nu in de weg gelegen. Als je teruggaat van 5 naar 3 dagen houdt in dat je dus meer schepen kunt laten aanleggen.”

Wolting heeft zo zijn eigen filosofie over hoe je vrijwilligers aan je kunt binden. “Het is heel belangrijk dat je een motiverend verhaal hebt, waar jouw enthousiasme vanaf straalt om die ander te overtuigen.” Wolting noemt langs een omweg een prachtig voorbeeld. Eentje uit de praktijk gegrepen, waarbij een stukje geschiedschrijving niet achterwege wordt gelaten. “Hoogeveen heeft eigenlijk geen toeristische attracties. Er zijn allerlei pogingen gedaan om iets van de grond te tillen, maar daar is nooit wat van terecht gekomen. Je zou een toeristische attractie kunnen organiseren die te maken heeft met het verleden van Hoogeveen. Waar is Hoogeveen door ontstaan en wat is de hele bedrijvigheid geweest? Ten eerste werd het veen hier afgegraven en om dat veen te kunnen transporteren naar het westen van het land waren schepen nodig. Die werden onder andere in Hoogeveen gebouwd. Er waren meer dan 11 (!) scheepswerven. Hoogeveen was een belangrijke schippersplaats, dat is een gegeven. Met de komst van stalen schepen verdween de scheepsbouw en bleven er twee scheepswerven over. Eén is gesloten in de jaren vijftig, de ander in de zestiger jaren. De kanalen werden dichtgegooid en toen was het over en uit. Alles wat met scheepsvaart te maken had gooide Hoogeveen van zich af, maar een verleden kan je niet uitwissen,” aldus Wolting op bloedserieuze toon. “In feite is het de basis van jouw bestaan. Ik heb het initiatief genomen voor het realiseren van een Historisch Scheepvaartcentrum in Hoogeveen. De werkgroep heet inmiddels Stichting de Drentse Praam. We zijn inmiddels zes jaar bezig. Het was zo dat ik vrijwilligers nodig had om de werkgroep te vormen. Mensen uit verschillende disciplines. Een ICT’er, een architect, een scheepsbouwer, een aannemer en een onderwijskundige.” Wolting nadert de kern van zijn verhaal. “Het is van belang dat je je tentakels uitzet om te kijken welke verschillende mensen je nodig hebt. Alle mensen die ik graag in de werkgroep wilde, heb ik persoonlijk benaderd en aan hen mijn plan gepresenteerd.” Hij benadrukt dat een algemene advertentie voor vrijwilligers niets oplevert. “Je moet er persoonlijk op af en je verhaal duidelijk maken. Als je ze allemaal tegelijk uitnodigt loop je het risico dat meerdere personen niet willen.” De ICT’er verkreeg Wolting via de vrijwilligersvacaturebank van Gemeente Hoogeveen. “Iemand leest je verhaal en krijgt dan sympathie voor het project waar je mee bezig bent; Hoogeveen op de kaart zetten met een historische toeristische attractie en daaraan mee willen werken. Er zijn zelfs mensen die zich spontaan als vrijwilliger aanmelden. Daar hopen we in de toekomst zeker gebruik van te maken. Als je project uitstraling heeft is dat ook wervend,” zo besluit Wolting zijn relaas.

De interesse voor scheepvaart heeft Wolting altijd gehad. “Als kind ging ik altijd al kijken wat voor schepen er in Hoogeveen lagen. Ik herkende schepen die vast op Hoogeveen voeren. Op een gegeven moment was het toeval dat er een paar schippersjongens in Hoogeveen in de kost kwamen en daar raakte ik mee bevriend. Zodoende ben ik in dat scheepvaartwereldje terecht gekomen.” Wolting is uiteindelijk ‘mooi weer-schipper’ geworden op zijn eigen boot. ”Het was zo dat hier in Hoogeveen een schipper was die een klein schip had omgebouwd tot jacht van 16 meter. Toen hij stopte met varen kocht ik dat scheepje van hem. Ik kwam erachter dat dit schip niet aan mijn ideaal voldeed en kocht een andere. Deze is gebouwd in 1955 en ligt in de industriehaven. Het is een oude proviandboot die ze in Rotterdam gebruikt hebben om zeeschepen te bevoorraden.”

In al die jaren verrichtte Wolting ook diverse andere vrijwillige taken. “Ik gebruik een deel van een winkelpand, waar een verzameling meubilair en huishoudelijke artikelen is ondergebracht. Daar mogen nieuwe Nederlanders die hun status hebben gratis spullen uitzoeken voor hun huis. Samen met een vriendin, die drijvende kracht hierachter is, en nog wat vrijwilligers, doen wij dit. De grote voldoening daarvan is dat wanneer je naar iemand toe geweest bent het huis bijna is ingericht. Dat geeft een kick. Je zorgt dan dat die mensen met zo weinig mogelijk kosten (schulden) een start kunnen maken.” Wolting is tevens actief bij de Nederland Doe Dag. “Dat richt zich op een bepaalde groep, een woonvoorziening in De Brasem. Daar doen we klussen. Als we als vrijwilligers de samenleving een steuntje in de rug geven, houden we de boel mooi overeind.”

Deel dit bericht!

Geef een antwoord