Opinie Monumentenzorg en de grote sloophamer in Hoogeveen

Uit mijn hart gegrepen het vlammende betoog van (verslaggever) Roel Kleine die het verlies aan materieel erfgoed in Hoogeveen betreurt in zijn opiniestuk in de Hoogeveensche Courant d.d. 8 oktober 2021. Door energie te steken in dit item blijkt dat hij het niet opgeef, terwijl veel mensen apathisch blijven. De auteur is overigens niet de enige die de strijd niet helemaal hebben opgegeven.

Ondergetekende maar ook ouderen, historici en de Historische Kring Hoogeveen (HKH betreuren deze zielloze teloorgang. Ook jongeren die oude foto’s zien zijn soms ook onder de indruk van alle mooie gebouwen van weleer, zoals het oude ziekenhuis aan de Schutstraat dat na verwaarlozing afbrandde. Het verbeuren van onze zichtbare geschiedenis betreft overigens niet alleen het verveningtijdperk. Niet alleen gebouwen uit de 17e en 18e eeuw moeten het ontgelden, ook die uit later jaren. Ook van onze scheepshistorie is nagenoeg niets authentieks meer te vinden. Vaak ging de sloop met de stille trom. Ook kleinere (arbeiders) huizen uit de 17e en 18e eeuw moesten het ontgelden: voorgoed. Wat niet weet wat niet deert was het motto onder de slopers. Ook recenter mollen ging ook samen met verlies aan kunstwerken, bijvoorbeeld het mozaïek van het voormalige politiebureau aan Het Haagje dat plaats moest maken voor (een nu blijkt slecht draaiende) parkeergarage De Kaap. Voor het sloopwerk schakelt de gemeente Hoogeveen haar hofleverancier in: Bork Groep. De sloopwoede kwam tijdens de industrialisatie in de jaren 1960 goed op gang: Hoogeveen verkeerde in stijgwind aldus de toenmalige kranten en persvoorlichters. Vooral in de jaren 1970 groeiden de bomen tot aan de hemel in Hoogeveen en vaarten en gebouwen maakten in rastempo plaats voor winkels en straten. Nu plukt men hier de wrange vruchten van. Het aanzien van Hoogeveen is anno 2021 saai, ook volgens getuigenissen van bezoekers. De auteur stelt terecht dat steeds minder  zichtbaar is van onze unieke historie. Er zijn overigens meer belangrijke gebouwen verdwenen zoals het Armwerkhuis (waar nu ‘De Beren’ staat), het postkantoor aan de Grote Kerkstraat die Vincent van Gogh bezocht en vakantiekolonie Het Noorderhuis. Het gaat in bestek van dit artikel te ver alles te noemen. Tijden zijn veranderd. Tot de 19e eeuw voelde iedereen in Hoogeveen zich verbonden met de stad en werden monumentale panden gebouwd die waren gebouwd voor de eeuwigheid. Bij het bouwen staat vooral nu winst centraal, zoals een makelaar mij ooit eerlijk meldde: logisch dat nieuwe panden maximaal 30 jaar meegaan en weergaloze architectuur met kunstelementen die de grandeur van Hoogeveen moeten uitstralen geen prioriteit hebben. Het is triest dat degelijke oude gebouwen met de sloophamer met de grond gelijk zijn gemaakt. Vandaar dat ik in verschillende stadjes soms gelijksoortige bouwpakket gebouwen zie. Dus laten we zuinig zijn om wat nog rest, iets wat dat de auteur meen ik ook graag ziet. Wie goed kijkt ziet nog wel wat oude gevels en gebouwen, zoals het Huis met de Duivengaten. Maar het is wel meer dan twee voor twaalf. Volgens mij geldt momenteel alleen de Hervormde Kerk in Hoogeveen nog als het enige zeer belangrijke monumentale en oud bouwwerk in Hoogeveen.

Wat te doen ? Moeilijk. Veel mensen hebben over deze problematiek al veel geschreven en gepraat. Het lijkt dus nu wat gezeur te worden, echter er is geen voortschrijdend inzicht en het probleem is alleen maar erger geworden. De Historische Kring Hoogeveen blijft vooral hangen in nostalgie. Deskundigheid en interesse bij de ambtenaren van Hoogeveen ontbreekt, zoals ik zelf geleidelijk op pijnlijke wijze heb ondervonden nadat ik in Hoogeveen kwam wonen en fotoboeken over oud Hoogeveen aan de gemeente Hoogeveen voorlegde. Ook De Verhalenwerf heeft te weinig kennis in huis ondanks hun goede bedoelingen. De gemeentelijke monumentenlijst is opgeheven. Het museum weg. De afbraak gaat nog steeds voort.
Zo wijst de auteur terecht op de sloop van de oude HBS. Inderdaad zonde. Dit was een degelijk gebouw met dubbele muren waarvan best appartementen gemaakt van kunnen worden. Ook provinciale monumenten, waarvan de gemeente
Hoogeveen nu 9 heeft, zijn niet heilig, getuige ondermeer de sloop van de gymnastiek locaal Dwingeland aan het Stoekeplein. De gemeente Hoogeveen heeft anno 2021 toch nog 27 rijksmonumenten in huis. Misschien zou het helpen jongeren wat meer in te betrekken: die moeten ‘het’ doen in de toekomst. Verder lijkt het me handig deskundigen, zoals Albert Metselaar en Marga Zwiggelaar te betrekken bij belangrijke besluiten zonder dit te laten verpesten door politiek gekonkel. Mogelijk dat ook goede scholing van ambtenaren en testen op betrokkenheid kan helpen. Ook zou een soort coöperatie tussen gemeente, monumentenorganisaties, provincie, eigenaren van rijksmonumenten en bedrijven zijn nut kunnen bewijzen voor monumentenonderhoud.

Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen

Deel dit bericht!

Geef een antwoord