Mensen maken Hoogeveen: Martijn Hoekstra

Op het prachtige, in groen gehulde, sportcomplex van de Hoogeveense Hockeyclub is volop reuring op de vroege donderdagavond. Daar voert een meidenteam dat zojuist getraind heeft, overduidelijk de boventoon. Te midden daarvan bevindt zich de 44-jarige Martijn Hoekstra, die bij het damesteam als trainer/coach fungeert. “10 jaar geleden ben ik bij de club betrokken geraakt, toen mijn zoon en dochter zich hadden aangesloten. 6 à 7 jaar geleden werd ik vrijwilliger,” aldus Hoekstra.

De in Bussum geboren Hoekstra woont vanaf zijn 7e in Drenthe en is daar dan ook getogen. In het dagelijks leven was hij jarenlang personeelsplanner, maar een carrièreswitch bracht hem in de meubelindustrie. Hoekstra: “Dat sluit vooralsnog perfect aan bij de werkzaamheden als vrijwilliger.”

Hoekstra geeft te kennen dat hij geen achtergrond heeft in de hockeysport. Sterker nog, als hem wordt gevraagd welke sporten hij zoal actief heeft beoefend, komt er na enig aarzelen een verrassend antwoord over zijn lippen. “Eerlijk gezegd heb ik weinig met sport gedaan. Clubmatig ben ik ‘slechts’ aan wielrennen verbonden geweest.” De oefenmeester merkt op, als het gesprek wordt teruggebracht op hockey, dat hij er door de jaren heen langzaam maar zeker is ingerold. “Hier is het gegroeid. Je wordt eerst teamleider en daarna word je coach. De regels leer je vanzelf en tactisch steek je veel op. Voetbal lijkt op hockey. Je kijkt als coach veel naar hockeywedstrijden.” Hoekstra vervolgt het verhaal over het verloop van zijn carrière. “Ik heb mijn dochter lange tijd gecoacht. Met haar ben ik van de pupillen opgeklommen naar de dames. Bijna alle secties heb ik getraind (E, D, C en B), waarna mijn dochter direct overstapte naar de dames. Toen ben ik daar coach geworden. Uiteindelijk heb ik de A’s ook nog gedaan. De dames zijn zowel op zaterdag als zondag actief.”

Wat zoal bij het trainerschap om de hoek komt kijken, doe je vooral in de praktijk op, zo laat Hoekstra weten. “Als coach ga je bij de trainingen kijken. Dan kijk je hoe de trainer trainingen geeft en wat zoal belangrijk is.” Het trainersvak blijkt bij de familie Hoekstra in de genen te zitten, want ook zijn dochter is inmiddels trainer en dat leidde eerder tot een samenwerkingsverband. “Zij is begonnen bij de D’s. Samen hebben we de C’s getraind. Zij had de technische kennis en ik had weet van het tactische gedeelte.” Hoekstra houdt er als coach een duidelijke visie op na. “Het gaat om individuele ontwikkeling en teamontwikkeling. Niet alleen het hockeyspel, maar ook het sociale aspect is van belang. Je wilt zorgen dat de meiden leren met elkaar om te gaan in teamverband en sociaal sterker worden,” aldus Hoekstra.

Op de vraag of zijn werk gewaardeerd wordt, antwoordt hij enigszins weifelend. “Wordt het gewaardeerd? Het wordt hier door de vrijwilligers normaal gevonden. De speelsters waarderen het daarentegen wel. Veel mensen ken je al jaren,” zegt Hoekstra, die naar de ‘twijfelaars’ (lees: mensen die twijfelen om vrijwilligerswerk te gaan doen) het volgende uitdraagt. “Het is eventjes kijken hoe je die grens van twijfel over gaat. Mensen zullen misschien angst voelen in de zin van ‘willen ze mij wel?’ of ‘kunnen ze mij gebruiken?’. Ik denk dat elke club staat te springen om vrijwilligers. Als je iets wilt doen kan je het voor aanvang van een nieuw seizoen aangeven. Neem contact op met het bestuur. Iedereen heeft het in zich om een steentje bij te dragen.” Hoekstra vervolgt zijn verhaal: “Het is zonde als kennis niet overgebracht wordt. Als je niets met hockey hebt, ga je niet zo snel naar een hockeyclub, maar wellicht zijn die mensen voor een andere organisatie wel interessant. Wellicht voor natuuronderhoud, wat laagdrempelig is. Kijk bijvoorbeeld naar wat je kinderen doen en duik daar eens in. Je ziet vaak op zaterdag dat kinderen de autodeur uitgesmeten worden, waarna de ouders vervolgens weer weg gaan. Ik doe graag een beroep op de verantwoordelijkheid van ouders. Het hoeft niet eens zo te zijn dat je het hele jaar door training geeft. Help eens bij een klusochtend. Dat is soms één keer per jaar en daar begint het.”

Als het vooroordeel aan de orde komt dat er bij hockeyclubs over het algemeen sprake zou zijn van een hoog elitair gehalte, geeft Hoekstra te kennen dat dit ook bij de Hoogeveense club enigszins terug te zien is. “Het klopt half om half. Omdat wij een klein clubje zijn, heb je misschien mensen die erbij komen omdat het elitair is en het er een beetje bij hoort, maar hier loopt bijvoorbeeld ook een man die op een boerderij woont en op de klompen hiernaartoe komt. Het is algemener geworden en niet meer zoals vroeger. Misschien komt dat door de Olympische spelen,” zo zegt hij.

Ambities heeft Hoekstra inmiddels niet meer. “Als ik tijd had misschien wel, maar de planning zit op dit moment vol. Ik geef 2 teams training. Wat me met de kinderen ook interessant lijkt, zijn natuurclubs, zoals IVN. Dat hangt ook samen met de ontwikkeling die ik als ouder wil meegeven aan mijn kinderen”. Bij IVN is hij eerder actief geweest. “In het beginstadium van mijn werkzame periode hield ik mij daar bezig met het organiseren en begeleiden van natuurdagen voor kinderen. We hebben bijvoorbeeld vogelhuisjes in elkaar gezet.”

Tot slot wil Hoekstra kwijt dat vrijwilligerswerk niet via een organisatie hoeft te gaan. “Er is altijd wat te doen. Bij ons in de straat was een man die uit zichzelf de stoep ging vegen en onkruid wiedde, terwijl hij daar niet eens woonde. Dat vond ik wel bijzonder.”

Deel dit bericht!

Geef een antwoord