Eind aan collectiviteitskorting basiszorgverzekering

Minister Tamara van Ark (Medische Zorg en Sport) maakt een eind aan collectiviteitskortingen op de basiszorgverzekering. Dit meldt zij in antwoord op Kamervragen. Belangrijkste reden is dat de collectieve kortingen vaak een sigaar uit eigen doos zijn van verzekerden: de premie wordt eerst verhoogd voor iedereen en vervolgens krijgt een bepaalde groep verzekerden dit terug alsof het een korting is. Zo betaalt de ene groep verzekerden voor de korting van een andere groep. Bijkomend voordeel van de afschaffing is dat dit naar verwachting leidt tot een overzichtelijker polisaanbod.

De korting is ooit in het leven geroepen zodat zorgverzekeraars voor specifieke groepen gezondheidsbevorderende afspraken konden maken en de kostenbesparing daarvan konden teruggeven in de vorm van korting. Dit zou gunstig moeten uitpakken voor mensen die een zorgverzekering afsluiten.

In de praktijk ontstonden echter constructies waarbij verzekeraars eerst de prijs voor alle verzekerden verhogen en daarop vervolgens een korting weggeven voor bepaalde groepen, zogeheten kruissubsidiëring. Zodat bijvoorbeeld gezonde jonge mensen een flinke korting kunnen krijgen, terwijl mensen met een chronische aandoening het volledige bedrag betalen.

Minister Van Ark: ‘De zorgpolis is er voor iedereen, en dat vraagt om solidariteit met elkaar. Zodat de collectieve korting voor de een niet wordt betaald uit de portemonnee van een ander. Mensen moeten daarnaast hun zorgpolis op een overzichtelijke en eerlijke manier kunnen vergelijken op prijs en inhoud.’

Eerlijker

De afschaffing van de collectiviteitskorting komt niet uit de lucht vallen. Al in 2016 werd het eerste onderzoek gedaan naar de werking van de korting. Met ingang van 2020 werd de korting voor de basiszorgverzekering door de minister voor Medische Zorg en Sport al teruggebracht van 10 naar maximaal 5 procent. De praktijk laat zien dat kruissubsidiëring hiermee onvoldoende is gedaald en dat een korting op de basisverzekering daarmee niet te rechtvaardigen is. Daarom volgt nu volledige afschaffing van de korting.

Overzichtelijker

Aangezien de korting werd gefinancierd uit een opslag, zal dit waarschijnlijk geen gevolgen hebben voor de te betalen zorgpremie. Afschaffing van de korting zal naar verwachting wel leiden tot een verdere daling van het aantal collectiviteiten. Het polisaanbod wordt hierdoor voor de mensen overzichtelijker en makkelijker te vergelijken.

Collectiviteiten blijven

Wat afgeschaft wordt is de collectiviteitskorting op de basiszorgverzekering. Collectiviteiten zelf mogen gewoon blijven bestaan, en kortingen op aanvullende verzekeringen blijven toegestaan. Het blijft dus voor zorgverzekeraars mogelijk om bijvoorbeeld met werkgevers, (patiënten)verenigingen en gemeenten zorginhoudelijke afspraken te maken over hun aanbod. En ook om verzekerden aan zich te binden met korting op de aanvullende pakketten.

Gemeentepolis

De gemeentepolis is een collectieve zorgverzekering die gemeenten kunnen aanbieden voor sociale minima. Ook hiervoor wordt de korting op de basisverzekering afgeschaft. Wel blijft het voor gemeenten mogelijk een premiebijdrage aan hun inwoners te geven en kunnen zorgverzekeraars nog een premiekorting geven op de aanvullende verzekering.

Overigens is de collectiviteitskorting voor gemeentepolissen relatief laag. Bij ongeveer een kwart van de gemeentepolissen is de collectiviteitskorting zelfs al 0 procent, terwijl klanten wel geconfronteerd worden met een premieopslag om de collectiviteitskorting van anderen mee te financieren. Afschaffing van de korting hoeft daarom voor mensen met een gemeentepolis zeker niet te leiden tot een premieverhoging.

Voor afschaffing moet de wet worden aangepast. Naar verwachting zal de afschaffing van de collectiviteitskorting op zijn vroegst op 1 januari 2023 effectief worden.

Deel dit bericht!

Geef een reactie