Sterfte in coronatijd

Voor week 21 (18 tot en met 24 mei) wordt het aantal overledenen geschat op 2 750. Daarmee zit de sterfte voor de tweede week op rij onder het niveau van wat normaal zou zijn in deze periode. Tijdens de eerste negen weken van de corona-epidemie in Nederland (week 11 tot en met week 19) was de sterfte hoger dan verwacht. In die weken overleden bijna 9 duizend mensen meer dan je in deze periode zou verwachten. Mensen die zorg ontvingen in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz), oudere mensen en mannen stierven relatief vaker dan mensen die geen zorg ontvingen, jongere mensen en vrouwen. Dat melden het CBS en het RIVM op basis van de voorlopige sterftecijfers per week.
In 2020 overleden er tot en met week 10 (tot en met 8 maart) gemiddeld 3 136 mensen per week. Daarna steeg de sterfte naar een maximum van 5 080 in week 14. Sinds week 20 zit de sterfte onder het niveau van wat normaal zou zijn in deze periode. Het is bekend dat na een periode van hogere sterfte—ook wel oversterfte genoemd—vaak een periode van lagere sterfte—ook wel ondersterfte genoemd—volgt.

De ondersterfte betekent echter niet dat er geen mensen meer overlijden aan corona. In week 21 zijn 104 overleden COVID-19-patiënten aan het RIVM gemeld (stand donderdag 28 mei 2020). Het uiteindelijke aantal kan zelfs nog hoger zijn omdat niet iedereen wordt getest op COVID-19.

In totaal overleden er bijna 36 duizend mensen in week 11 tot en met week 19, bijna 9 duizend meer dan verwacht, een oversterfte van 32 procent.

De schatting voor week 21 is gebaseerd op het aantal overlijdensberichten dat het CBS tot en met woensdag 27 mei ontvangen heeft voor week 21. Het verwachte aantal overledenen is geschat op basis van het aantal overledenen in de voorafgaande weken, gecorrigeerd voor seizoensgebonden factoren. Er zouden in week 21 naar schatting 2 807 mensen overleden zijn als er geen corona-epidemie was geweest.

Sterfte onder Wlz-zorggebruikers 53 procent hoger dan normaal

In week 11 tot en met week 19 overleden in totaal ruim 15 duizend mensen die langdurige zorg kregen in het kader van de Wlz. Dat zijn naar schatting ruim 5 duizend mensen (53 procent) meer dan je in deze periode zou verwachten als er geen corona-epidemie was geweest. In de overige bevolking—meer dan 17 miljoen mensen—overleden van week 11 tot en met week 19 bijna 21 duizend mensen. Dat zijn zo’n 3 500 mensen (20 procent) meer dan verwacht.

Sterfte relatief het hoogst bij 75- tot 90-jarigen

In week 11 tot en met week 19 overleden relatief gezien vooral meer 75- tot 90-jarigen dan zonder corona-epidemie was te verwachten. De sterfte in deze leeftijdsgroep lag gemiddeld 42 procent hoger dan verwacht. Bij 90-plussers lag de sterfte ook hoger, maar in relatieve zin minder hoog dan onder 75- tot 90-jarigen. De sterfte bij 50- tot 55-jarigen lag relatief gezien hoger dan bij 55- tot 65-jarigen (27 procent tegen 18 procent).

Vooral sterfte onder mannen hoger

In absolute zin overleden tijdens de corona-epidemie net iets meer mannen dan vrouwen, te weten 18,2 duizend mannen en ongeveer 17,7 duizend vrouwen. In de weken ervoor en ook in eerdere jaren, overleden juist iets meer vrouwen. Ook in relatieve zin overleden in week 11 tot en met 19 van 2020 meer mannen dan vrouwen. In deze periode was de sterfte onder mannen 37 procent hoger dan verwacht, terwijl de sterfte onder vrouwen 28 procent hoger was dan wanneer er geen corona-epidemie was geweest. In alle leeftijdsgroepen was tijdens de corona-epidemie de sterfte relatief gezien onder mannen hoger dan onder vrouwen.

Deel dit bericht!

Geef een reactie