Kantlijn: Realistisch links is mijn alternatief voor Hoogeveen

Onze samenleving verhardt en schuift politiek steeds verder op naar rechts. Dat staat als een paal boven water.
In tijden van onvrede is het nou eenmaal een stuk verleidelijker om te kijken naar het verleden, terwijl juist een blik op de toekomst nodig is. In het verleden lijkt alles beter te zijn geweest dan in het heden.
Geheugenoptimisme schept een vertekend beeld en de zondebok heet bijna per definitie Links.


Door Frits Kappers

Links en rechts. Die termen zijn volgens Gerard Hoekstra, mijn geliefde geschiedenisdocent van de middelbare school, ontstaan in het parlement. Confessionele partijen zaten rechts van de voorzitter en alle overige partijen links. Ze zeiden niks over politieke voorkeuren, maar sloegen op de levensbeschouwing. De VVD was dus oorspronkelijk ook een “linkse partij”.

Decennia later stond links voor socialistisch en/of progressief en rechts voor kapitalistisch en/of conservatief. Liberalen positioneerden zich graag in het midden. Ik heb mij jarenlang verwant gevoeld met een plek flink links van het midden. In mijn jeugd heb ik, opgroeiend in armoede, gezworen nooit anders dan stevig links te stemmen. Toen Wim Kok met de VVD en D66 paars vormde heb ik dan ook de Partij van de Arbeid verlaten. Een lidmaatschap heb ik daarna geen enkele partij meer gegund. Ambitie om actief in de politiek mee te draaien had ik niet, daarvoor was ik veel te veel de criticaster aan de zijlijn. Een van de stuurraketjes die de politieke partijen toch keihard nodig hebben.

De ontwikkelingen in Hoogeveen hebben me echter op andere gedachten gebracht. Kijkend naar de tamme volgzame houding van de Hoogeveense gemeenteraad moet ik erkennen dat alleen kritiek leveren aan de zijkant niets oplevert. Feitelijk werkt dat zelfs contraproductief. Met kritiek geef je de tegenstanders de kans zich tegen je af te zetten. Krijgen ze een stok om je mee te slaan. Het aantal jij-bakken (jij hebt makkelijk roepen aan de zijlijn; wanneer zien we jou op een kandidatenlijst terug?) is onderhand niet meer te tellen.

Dan wordt het tijd om te erkennen dat je maar eens moet kijken hoeveel mensen vinden dat je in die raad je zegje moet kunnen gaan zeggen. En dan wordt het ook tijd om na te denken over je uitgangspunt. En dat heb ik – gelukkig – gevonden. Mocht ik mij opnieuw bij een partij aansluiten dan zal ik slechts kijken naar wat die partij lokaal wil bereiken.

Ik voel weinig voor een eigen lijst, en hoop me aan te kunnen sluiten bij een partij die sociale rechtvaardigheid laat prefereren boven de vaart der volkeren. Geen ijsbaan/zwembad of Cultuurpaleis als in het sociale domein de mensen het water steeds meer aan de lippen komt te staan. Niet blind doordraven onder het motto als het Haagse geld op is, dan kom je maar op een wachtlijst te staan. Geen luxe waarvoor de zwaksten de grootste prijs moeten betalen. Links dus, maar wel realistisch. En dat betekent heel wat.

Om te beginnen betekent het dat we moeten erkennen dat het geld waarop onze welvaart is gebouwd wel verdiend moet worden. En dat dit voor het overgrote deel door het bedrijfsleven moet gebeuren. Het bedrijfsleven is echter helaas nog lang niet de plek waar een eerlijkere verdeling van de welvaart een goede voedingsbodem vindt. Voor een gezonde balans is socialisme nodig. Daarom ben ik er voor een gezond klimaat voor maatschappelijk verantwoord werkende ondernemers te scheppen.

Het kapitalisme dat tot uitwassen leidt, waarbij de topmensen vele tientallen, zo niet honderden malen meer verdienen dan de laagstbetaalden in het bedrijf kan niet op mijn sympathie rekenen. Ik walg van dat soort hebzuchtig kapitalisme, maar tegelijk erken ik ook dat zonder kapitaal geen welvaart valt te verdelen. Zonder een knieval voor het bedrijfsleven te maken, kun je best erkennen dat daar het geld verdiend moet worden.
En in die uitgebalanceerde symbiose (= samenleving die voor beide partijen positief uitpakt) geldt dan als keihard uitgangspunt, zeker voor Hoogeveen: We gaan pas luxe doen als niemand in armoede hoeft te leven. Realistisch links.

Tot zover hoe ik tegen de lokale politiek aankijk. Daarnaast heb ik natuurlijk ook een mening over de “bovenlokale politiek” waar de provinciale en landelijke overheden het voor het zeggen hebben. In de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer, de energie en de sociale woningbouw is in de achter ons liggende vijftien jaar gebleken dat Wim Kok c.s. zich deerlijk vergisten toen zij de marktwerking omarmden. Alles wat ons werd voorgespiegeld is door de werkelijkheid achterhaald. We zijn bedrogen uitgekomen. Daarom is het terugdringen van die marktwerking noodzakelijk zodat mensen zich niet langer bedrogen hoeven te voelen. Een overheid die zich in woord en daad verantwoordelijk toont voor het publieke domein kan rekenen op vertrouwen. Dat de gemakzucht in het Haagse dient te verdwijnen  is jammer voor hen die een Kamerlidmaatschap slechts zien als een mooi item op hun CV, maar zij kunnen beter hun biezen pakken.

En dan nog Europa. Dat Europa vooral een werelddeel was waar we elkaar letterlijk naar het leven stonden zijn velen vergeten. Nooit eerder was er in Europa zo lang geen oorlog als momenteel. Daarom ben ik voor intensieve samenwerking in Europa, maar ik ben tegen een Verenigde Staten van Europa. Geen Frans Timmermans aan het roer alsjeblieft. En ook een steviger immigratiebeleid graag. Maar geen gesloten grenzen. Ten aanzien van vreemdelingen van welke nationaliteit dan ook geldt wat mij betreft: Gedraag je zoals jij wilt dat wij ons in jouw land zouden gedragen. Respecteer onze normen en waarden. Dat geldt voor ons als we bij jou op bezoek zijn net zo hard als  voor jou als je bij ons te gast bent.

Parallel aan een steviger immigratiebeleid moet ook worden gewerkt aan een eerlijkere kans op arbeid voor iedereen. Zolang we in Nederland geboren en opgegroeide mensen met niet-Nederlandse wortels ongelijk behandelen falen we. Hun (over)grootouders hebben het werk gedaan dat in Nederland in de jaren zestig nodig was. Zonder hen zou dat niet gedaan zijn. Zij hebben gewerkt aan het fundament van onze welvaart. Hun aandeel geleverd in onze samenleving. Hun nakomelingen horen hier thuis en hebben eveneens recht op werk om hun gezinnen te kunnen onderhouden.

Overlastgevende buitenlandse gelukszoekers mogen echter wat mij betreft meteen op het vliegtuig. Ongeacht of het land van herkomst hen accepteert of niet. Op de plaats van bestemming er uit en snel weer opstijgen. Realistisch links kan ook hard zijn. Moet ook hard durven zijn. Parasieten moeten niet op sympathie rekenen. Maar de meeste buitenlanders zijn geen parasieten, zoals twee populistische bewegingen in Nederland ons wijs proberen te maken.

De tijd zal leren welke kant Nederland gaat kiezen. Ik wil er straks vier jaar lang mijn bejaarde steentje aan bijdragen, als de kiezers dat willen tenminste.

Deel dit bericht!

Eén gedachte over “Kantlijn: Realistisch links is mijn alternatief voor Hoogeveen

Geef een reactie