De geschiedenis van de ondergang van Bethesda (deel 2)

Vooraf: Deel 1 van deze geschiedenis besloot met de constatering dat de ware aard en bedoelingen van de medische staf van het Scheperziekenhuis was dat uitsluitend concentratie van zorg in Emmen aanvaardbaar was. Van de beloofde samenwerking, waarbij eerlijke uitruil van behandelingen zou plaatsvinden kwam helemaal niets terecht.

Door Frits Kappers


Felle jacht op klokkenluiders in Bethesda
De weerstand in de medische staf van Bethesda tegen de fusie met Scheper groeide en er werd veelvuldig gelekt naar media en actiecomité. Een deel van de medische staf verzette zich met hand en tand tegen het zwarte gat in Emmen, een ander deel zag lijdzaam toe en liet de gebeurtenissen ongehinderd plaatsvinden. De verzetplegers werden heftige sancties in het vooruitzicht gesteld wanneer zij informatie door zouden spelen naar pers en actiecomité.

Door het management en een aantal stafleden werd zelfs fel jacht gemaakt op de klokkenluiders. Met name vanuit de intensive care bereikten ons berichten over intimiderende gesprekken die allemaal tot doel hadden de lekken op te sporen. In de media meldde David Post dat het actiecomité zo negatief over het personeel schreef dat hij regelmatig huilende verpleegkundigen aan tafel had zitten. Dat er gehuild werd, zal best, maar niet omdat het actiecomité negatief over het personeel schreef (dat is nooit gedaan namelijk), maar vanwege de intimiderende druk die Post zelf op zijn personeel zette. In een gesprek van het actiecomité met de Raad van Bestuur noemde de ook aanwezige Post de lekkende verpleegkundigen “verzuurde zusters, die hun zin niet kunnen krijgen.”

Wie zich tegen de ontwikkelingen binnen (toen nog steeds) ZLM verzette moest rekening houden met nare verrassingen. Criticasters werden met enige regelmaat overgeplaatst naar afdelingen waar zij zich beslist niet op hun plaats voelden. Zelfs specialisten werden weg “georganiseerd”. De sfeer en de arbeidsomstandigheden bevielen hen niet meer en vele uitstekend bekend staande specialisten zochten hun heil elders.

Gebroken beloftes over fusie met Refaja ziekenhuis
Op 2 april 2013 maakte de Raad van Bestuur bekend dat het Refaja ziekenhuis in Stadskanaal zou fuseren met de combinatie Scheper-Bethesda. Beloftes die door voorzitter Donkervoort waren gedaan aan de medische staf in Bethesda dat er een 2/3 meerderheid verlangd werd om de fusie door te laten gaan werden niet nagekomen. Donkervoort was inmiddels naar Leeuwarden vertrokken en Eric Janson was de nieuwe baas geworden, die nadrukkelijk geen boodschap had aan toezeggingen gedaan door zijn voorganger.

Het Refajaziekenhuis was wat betreft de gemeentes Hoogeveen en de Wolden niet welkom in de fusie. Beide gemeenteraden ondertekenden unaniem een advies aan ZLM om de fusie niet door te zetten. Ook de huisartsen waren tegen deze toevoeging aan een nog in troebel vaarwater verkerende organisatie. 15.000 handtekeningen van potentiële cliënten completeerden het verzet. Vergeefs. Voor het Scheperziekenhuis was de komst van Refaja cruciaal omdat daarmee het geografisch zwaartepunt van de nieuwe ziekenhuisorganisatie meer naar het oosten (lees Emmen) verschoof. In de medische staf van Bethesda werd geen 2/3 meerderheid voor deze vervolgfusie bereikt, maar daarmee was deze staf de enige van de belanghebbende partijen binnen ZLM die tegen was en voorzitter Janson negeerde derhalve de toezeggingen van zijn voorganger. Bethesda streed vanaf dat moment een strijd tegen de bierkaai.

(wordt vervolgd)

Deel dit bericht!

Een gedachte over “De geschiedenis van de ondergang van Bethesda (deel 2)

  • 24 december 2019 om 10:20
    Permalink

    Dat zo’n meneer als David Post nog door het leven kan. Gaat ook nog weer aan het werk in het Bethesda ziekenhuis. Iemand die medewerkers bedrogen heeft en heeft voorgelogen.
    Hoogeveen heeft niets aan deze bestuurder gehad. Vreselijke man. Zijn benoeming was destijds was al moeizaam en heeft nu zijn eigen personeel verraden.

Geef een antwoord