Kantlijn: Bestuurders met lange tenen in Hoogeveen?

Een ingezonden brief van Burgemeester Loohuis en Gemeentesecretaris Nanne Kramer. En niet zo maar een ingezonden brief. Loohuis en Kramer tonen zich in de brief verongelijkt en gepikeerd; de tenen lijken behoorlijk pijnlijk geraakt door een reportage in de Hoogeveensche Courant van 22 november, waarin Gaia zorgdiensten uit Nieuweroord en Villa Schuthof uit Noordscheschut zich in niet mis te verstane bewoordingen uitlaten over het contact tussen de zorginstelling en gemeentelijke toezichthouders.

Door: Frits Kappers


Dat een burgemeester via een ingezonden brief reageert op verwijten die een gesprekspartner via de media naar buiten brengt is op zich al bijzonder, maar hoeft niet per definitie verkeerd of onbegrijpelijk te zijn. Dat hangt af van de inhoud van de reactie.

Waar gaat het over? In maart 2017 werd door toezichthouders WMO de kleinschalige zorginstelling Gaia zorgdiensten telefonisch benaderd met de mededeling dat er “signalen waren” dat de zorg bij Gaia niet goed zou zijn. Er zouden toezichthouders langskomen. Directeur Jeannet Scholten beschrijft het contact met de toezichthouders als eenrichtingsverkeer.  Er werd een gespreksverslag opgestuurd, mevrouw Scholten heeft – naar eigen zeggen – tevergeefs meerdere keren telefonisch bij de gemeente om een rapport van bevindingen en conclusies gevraagd. Het bleef stil op de lijn. Tot een jaar later een onaangekondigd bezoek van toezichthouders plaats vond. Er werd een onveilige situatie geconstateerd. Gevaarlijk bij branden en onveilig buiten; wat niet overeenkwam met bevindingen van de brandweer en RI&E inspecteurs (RI&E = risicoinventarisatie en evaluatie).
Vervolgens zou opnieuw gemeld zijn dat er “signalen waren” over de kwaliteit van de zorg, zonder aan te geven wat die signalen dan waren.

In dezelfde reportage spreken Wietze en Linda Mulder van Villa Schutshof over hautaine ambtenaren, die niet op kwaliteit van zorg controleerden maar op hoge toon binnen 24 uur volledig inzicht in de administratie eisten en fraudebeschuldigingen uitten. Het gedrag van de ambtenaren was volgens de Mulders in strijd met het Drents Kwaliteitskader Zorg, waarin staat dat het eerste uitgangspunt vertrouwen is en er eerst met iedereen in gesprek moet worden gegaan. Op basis van een anoniem telefoontje met klachten stonden echter ineens de beide toezichthoudsters op de stoep. In de brief van Loohuis en Kramer wordt niet ingegaan op dit deel van de reportage en dus mag ik gevoeglijk aannemen dat het inhoudelijk klopt wat er staat geschreven. Overigens is er nog een procedure over deze affaire gaande bij een “speciale commissie” en is het vooreerst afwachten wat de bevindingen zullen zijn.

Dan de reactie van burgemeester en secretaris. Beide heren toonden zich onaangenaam verrast. Hen zou geen wederhoor zijn geboden en zij waren niet in de gelegenheid gesteld om tijdig onze toezichthouders op de hoogte te brengen van datum en inhoud van het artikel. Dus voelden zij zich genoodzaakt langs deze weg te reageren. Dat staat natuurlijk iedere lezer van de Hoogeveensche Courant vrij, maar het is voor een burgemeester en zijn gemeentesecretaris een opmerkelijke stap.

Wat zijn de bezwaren van beide heren? Om te beginnen voelen de toezichthouders zich zeer geraakt door de toon en inhoud van het artikel. Loohuis en Kramer betreuren het dat hun medewerkers “ten onrechte een vervelend gevoel hebben overgehouden aan de publicatie.” Op zijn zachtst gezegd een merkwaardige formulering, want hier zeggen de heren dat het gevoel van de betreffende medewerkers onterecht is. Als zij het anders hebben bedoeld zullen zij (om serieus genomen te worden) deze zinsnede moeten rectificeren.

Vervolgens volgt een opsomming van feitelijke onjuistheden en zaken “die een toelichting kunnen gebruiken.” Omdat het voor de lezers van de brief vrijwel niet mogelijk is om deze opsomming op waarheid te controleren was het beter geweest deze niet via de media te communiceren. Nu ontstaat een “welles-nietes” beeld dat voeding geeft aan de stelling: waar twee kijven hebben twee schuld.

Ik heb zelf ooit als getuige een gesprek bijgewoond tussen een cliënt van de sociale dienst en een ambtenaar. Cliënt maakte bezwaar tegen zaken die er hier niet toe doen. De houding van de ambtenaar was neerbuigend, bijna vernederend. Cliënt had haar vader kunnen zijn, maar zij sprak hem – geforceerd vriendelijk – toe alsof hij een lastige puberzoon was. Het kostte mij de grootst mogelijke moeite om mijn fatsoen te bewaren en mijn mond te houden. Ik was slechts uitgenodigd om getuige te zijn van hoe dergelijke gesprekken worden gevoerd. Niet om ruzie te gaan maken met een ambtenaar. Ik kan mij bij “de hoge toon” die het echtpaar Mulder bij de toezichthoudsters constateerden sindsdien echter veel voorstellen.

Tot slot is het merkwaardig dat Loohuis en Kramer niet ingaan op de wijze van toezicht houden. Wat voor kwalificaties, kwaliteiten en deskundigheid hebben de toezichthouders? Bestuurders die zich zo verongelijkt tonen moeten met meer over de brug komen dan in deze open brief wordt geboden. Met een houding van “het is zoals wij het zien” bevorder je beslist geen vertrouwen.

Loohuis heeft zich vaker verongelijkt getoond, ik denk aan zijn azijnzeikers-verwijt aan inwoners van Hoogeveen en zijn reactie op het rapport van de RKC inzake het falende beleid m.b.t. ijsbaan en zwembad. Zou Hoogeveen niet beter een bruggenbouwer als burgemeester kunnen gaan zoeken en de heer Loohuis bedanken voor zijn diensten? Het lijkt mij zo toe dat driemaal scheepsrecht is. De gemeenteraad moet zich hierover moet eens nadrukkelijk laten horen.

 

Deel dit bericht!

Geef een reactie