De geschiedenis van het postwezen in Hoogeveen

Rond 1850 werd de post in Hoogeveen nog met de beurtschipper, per koets of te voet bezorgd. Het spoor betekende een belangrijke stimulans voor het postwezen in Hoogeveen. In 1865 kreeg Hoogeveen zijn eerste eigen postkantoor die zich in de loop der jaren ondermeer vestigde in de Schutstraat, Het Haagje, Grote Kerkstraat (dat Vincent van Gogh ook bezocht heeft, die in 1883 in Hoogeveen verbleef), Hoofdstraat en de Van Echtenstraat. De trein, vrachtwagen en stoomtram namen begin 20e eeuw veel van het postvervoer over.

De postkantoren boden een breed assortiment aan diensten, ook bankzaken. De hulpkantoren vestigden zich in de omgeving van Hoogeveen, waaronder in Hollandscheveld, waar Piet Kleine werkte: hij was schaatskampioen, maar wilde bij de post blijven werken. De foto’s laten zien dat de PTT postbodes zich sterk verbonden voelden met het bedrijf en Hoogeveen. Zo was de personeelsvereniging erg actief en organiseerde o.m. toneelvoorstellingen en postmedewerkers deden mee aan grote evenementen in Hoogeveen, zoals de Crearmars.

De overheid gaf de postbode een vaste aanstelling, fatsoenlijk salaris, etiquette en net pak. In de zomer droegen de postbodes een licht pak, hierbuiten een zwart pak. Directeuren en leidinggevenden woonden in het hoofd- of hulppostkantoor van het Rijk. Soms ging het beroep over van vader op zoon. Vele jubilarissen die 40 jaar bij de post hadden
gewerkt konden afzwaaien en van hun welverdiende pensioen genieten, zoals Jaap Berends.

Het werk gaf voldoening, maar was zwaar onder het motto dat de post altijd bezorgd moest worden. Met de bakfiets van Hoogeveen naar Beilen en terug. Lange werkdagen, vrieskou doorstaan, lopen en fietsen op modderige wegen, glibberige vlonders en soms wegzakken in het ijs van wijken. Tegenover dit zware werk stond de contacten met de inwoners van toen en de waardering voor hun werk. De vertrouwensband vertaalde zich ook in het feit dat sommigen meeliften met de postkar en verkleumde postbodes kregen een drankje aangereikt.

Lang bleef de post een typische mannenwereld, uitgezonderd het kantoorpersoneel. Het werk van de postbode was zwaar , maar werd goed beloond: men kon iets hechts opbouwen met een eigen (huur) huis en een gezin. Het Rijk bood vast baan en inkomen, de commerciële markt niet. Ook de sterkere binding tussen het postbedrijf, haar medewerkers en de inwoners van en de stad Hoogeveen gaf voldoening. In 1981 trad de eerste vrouwelijke postbode in Hoogeveen in dienst: Jacqueline van der Hoeven. De privatisering van de postmarkt in 1989 betekende een grote ommekeer voor de man en vrouw op de werkvloer: de postbode. De belangen van aandeelhouders en dividenduitkeringen gingen zwaar wegen, evenals die van bestuurders die aan het roer stonden. Wildgroei trad op en ook andere postbedrijven schoten als paddenstoelen uit de grond. Gemor en reorganisaties volgden elkaar snel op en er ontstond veel onzekerheid over baan en inkomen van de postbezorger. Bedrijfsnamen volgden elkaar snel op (PTT Post, TGP Post, TNT Post, PostNL), hetgeen zich vertaalde in de kleur van de brievenbussen (rood naar grijs en oranje). De uitbreidingsactiviteiten van vroeger, maken plaats voor inkrimping nu. Toch bleven (sommige) postbodes monter ondanks de bedrijfsonzekerheid, getuige de film van de fluitende postbode Algret Smit. Anno 2018 was het nog onzeker of het sorteercentrum aan de Voltastraat in 2019 nog open is, hetgeen voor de postbodes weinig motiverend is. Anno 2019 rest slechts nog een aantal pakketpunten. De werkomstandigheden zijn er niet beter op geworden. Zelfs op het stuur moet de postbode
een posttas dragen, hetgeen de kans om met de eigen fiets te vallen aanzienlijk vergroot. Van een volwaardig beroep is geen sprake meer, laat staan dat men hiervan goed kan leven.

Belangrijke bron: Jan Pol, Hoogeveen

Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen

Deel dit bericht!

Geef een antwoord